Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INTERMEZZO

En in den nachttrein Bazel—Amsterdam zit een man met strak gezicht naar buiten te staren, waar het duister, met telkens licht-flikkeringen, hem voorbij schiet. Ze waren omgevlogen, die twee dagen. Veel te gauw. Maar ze waren tenminste weer samen geweest. Hoewel — ongeduldig verschuift hij op zijn plaats, wrevelig, dat telkens die gedachte weer omhoog komt: hij ging onvoldaan weg. Er helpt niets aan, hij kan het niet ontkennen. Had hij Nettie dan anders verwacht? Was hij zoo'n ellendige egoïst, dat hij haar zwakker had willen zien, triester om hun lange scheiding? Minder vroolijk en belangstellend in alles van hem? Wat wilde hij dan, gek die hij was! Moest hij niet eerder dankbaar zijn, dat zij zoo vooruitging? Dat het heele apathische, onverschillige van vóór haar vertrek, van haar scheen afgevallen? Wel leek zij nog wat nerveus — nu ja, dat was haar gestel. Beroerling — had hij gewild, dat ze gehuild en gejammerd had? Nee, dat ook niet.

Maar hij was zelf ook niet eerlijk geweest, niet natuurlijk. Hij had zich om harentwille opgeschroefd. Ja, wat drommel, moest je dan? Die dokter had hem nog gewaarschuwd: »pas d'émotion«, heel kalm en opgewekt. Zij kon nog niet veel hebben. Och, die kerels — die psychiaters.... Enfin, hij had het misschien bij het rechte eind, Nettie was al veel beter. Maar hoe graag had hij het eruit gesmeten: dat hij gek werd van verlangen; dat hij 't niet uithield, haar noodig had; het een bedonderde boel was zonder haar.... Hoewel dat, voor een gevoelige ziel als de hare, natuurlijk radicaal er naast was geweest.

En nu hebben ze de verrukteverloofden gespeeld. Gespeeld — ja, dat was het. Ze hebben belangstelling getoond in alles van eikaars leven, terwijl er bij hem slechts één gedachte was: kon ik haar maar meenemen, wèg van al die menschen. Die jongens met hun glimmende koppen en indianenkleur, met hun verheerlijkten glimlach als Nettie slechts naar hen kéék die giebelende kinderen, Madame met haar beschermende vriendelijkheid.... weg, alleen voor hem. Ze leek zoo ver hier. Zelfs terwijl hij haar in zijn armen hield, was ze niet Nettie, de vrouw die hij geheel meende te kennen.

Sluiten