Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET KLOMPJE

door P. H. DE WIT

Behoedzaam schoof hij een met pluche bekleeden stoel tegen het vensterkozijn aan. Zoo kon hij gemakkelijker bij de geraniums, die in een donkergroen bloemenbakje daar stonden te groeien en te bloeien, dat het een lieve lust was. De felroode bloemen lachten tegen de zon, die vroolijk door het nauwe steegje keek en zich slechts even verschrikt terugtrok bij het zien van de breede zwarte grijns op de hard-groene blaadjes, waarmede de planten zich overdadig hadden uitgedost. Slechts heel even duurde deze schrik. Een oogenblik later reeds stootten haar stralen zich te pletter tegen een grauw behangseltje, waar zij ringelkringelend groote lichtvlekken tooverden.

Op een bloementafeltje, met kanten kleedje bedekt, stond een pracht van een clivia, zorgzaam gekweekt, de trots van het straatje, wel met zestien lange zwaardvormige bladeren, ieder voorzichtig tusschen de sporten van een kartonnen laddertje gestoken. Het zou toch werkelijk zonde zijn, als men de plant naar eigen zin en lust, zóó als de natuur haar geschapen had, zou laten groeien. Nu stond

Sluiten