Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EMMA, DE BRUID

Te lang hadden de zusters zich kunstmatig bedwongen, en alleen bij zichzelf en elkaar heul en hulp gezocht. Nu brak zich hun zoo lang verkropte smart geweldig baan. Zij konden zich niet langer bedwingen, ep zij bekenden alles, alles, in een onontkoombare, radelooze biecht.

— Je weet, hoe gelukkig we waren?

— Hoe vroolijk, en blij met 't leven?

— Verdriet kenden we niet! alles was ons goed, en stemde ons opgewekt....

— Je weet, dat onze vader meestal op reis was?

— Van hem hadden we nooit eenige hinder. En Mama . ..

— Mama was 'n zwak, onbeduidend schepsel, bang voor Papa, bang voor ons....

— Ja, ik geloof werkelijk, dat ze bang voor ons was

— Ja, dat was ze. Ze kon niet tegen ons op. We hebben haar dan ook altijd als een quantité négligeable beschouwd, en onszelf opgevoed.

— We deden precies, wat we wilden.

— We waren heelemaal vrij.

— Op ons vijftiende, zestiende jaar, waren we volkomen onafhankelijk. We gingen prettig om met allerlei jongelui.. .

— Maar Hans Dennewaard was onze liefste vriend.

— En hij óók mocht ons graag.

— Ja! dat deed hij!

— En we hadden afgesproken, nietwaar, Ips, dat later een van ons beiden met hem zou trouwen ...

— Dat was ook de algemeene opinie, zei Hermance.

— Ja, natuurlijk. Iedereen heeft 't gedacht. We spraken af, dat als hij de ééne koos, de andere daarin zou berusten, en 't de uitverkorene noch Hans lastig maken. En dat zouden we hebben gedaan.

— O! ja! dat zouden we hebben gedaan.

— We gingen zoo gezellig met hem om, met Hans, Hij was onze kameraad, onze broer, onze trouwe cavalier. Hij nam ons overal mee naar toe, naar comedie, speelclubs, dancings. ... naar de Triple sec....

— Die nachtclub ik weet 't Frans heeft me daar

óók wel eens gebracht.

Sluiten