Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WAT NIET MEER KON

door

C. M. VREUGDENHIL (Slot)

Tiende Hoofdstuk De laatste avond

Fransje lag wakker. Zooeven was Tante Sofie geweest; ze had niet de kaars voor het bed gestaan en gezegd: nu zal je wel prettig droomen van Moeke. Het kind, dat zich heel gelukkig voelde bij het vooruitzicht weer naar huis te gaan, had blij gelachen. Het geforceerd-opgewekte van Tante Sofie in houding en gesprek ontging haar.

Het was licht in het kamertje. Dat kwam door de maan, die net naar binnen keek. Ze kon het schilderijtje aan den muur zien als een witte vlek. Vaak had ze er naar liggen kijken 's morgens, als ze wakker was. Gesneeuwd had het dus het was winter. Misschien vroor het ook wel een beetje. Er was een jongen, die in een boot zat; aan den kant stond een vrouw. Die hief een arm op, ze keek naar den jongen. Het zou wel zijn moeder wezen. Ze leek een beetje boos; misschien had ze het niet goed gevonden, dat hij was gaan varen. Want als 't erg ging vriezen, zou zijn boot blijven

vm

5

Sluiten