Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OP DEN TWEESPRONG

gers daarover heen en weer. Dat was haar teederste gebaar van toewijding, hij kende het en kuste haar weer.

„Ben je niet moe?" vroeg ze met moederlijke zorg in haar blik. „Hoe ver is dat, van Djokja hierheen?"

„Om twee uur vannacht ben ik vertrokken, — een plezierritje, niet meer! En nu ik er jou mee heb verdiend — Mary, lieveling! — Of ik moe ben! *k Zou dagenlang aan een stuk kunnen doorrijden, als 't er om ging zooals vannacht, — om jou te zoeken! Maar we hebben nu geen tijd meer te verliezen, — hoe laat vertrekken jullie?"

„Ik weet het niet," zei ze, weer mat, naar het hem voorkwam, nu de moeilijkheden, welke moesten worden overwonnen, zich opdrongen.

Hij begreep, dat hij had te handelen. „Dat dienen we eerst te weten. - Wacht hier even op me, dan zal ik beneden informeeren."

Hij liet haar alleen en voelde onder het gaan in de nieuwe sfeer zijn geluk als een kostbaar bezit, dat hem was ten deel gevallen. De objectieve waarneming daarvan ging gepaard met een gevoel van bevrijding, dat alle zorgen en lasten licht deed schijnen.

Ook voor haar, dacht hij, zou het goed zijn, als hij haar meenam aan land — weg uit de omgeving op 't schip.. • • Als er maar tijd voor was. .

In het kantoor van den administrateur kreeg hi] de inlichting, die hij noodig had. Vijf, zes uur zou het worden. Hij keek op zijn horloge toen hij weer voor de trap naar boven stond. - Half acht, - wel, zijn prauw lag te wachten, - ze konden zóó klaar zijn, en konden dan verder zien.

Hij vond haar opgestaan uit haar stoel, wachtend op hem, terwijl ze met beide handen leunde op de reelmg en uitkeek over de zonbeschenen zee.

Goddank! dacht hij, - ze is weer in beweging gekomen!

Zij lachte hem tegen en in haar hervonden kalmte kwam ze een stap op hem toe en hing zich aan zijn arm, terwijl ze vroeg:

„Vond je me niet heelemaal in de war, zoo pas? Zwak,

Sluiten