Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VRIJ EN ONVRIJ

fel gespannen gezicht. Tot deze oogen van haar eindelijk op hun zoekenden rondgang, ijl en verbleekend, neerzonken, daar zij hun steunpunt hadden gevonden: 't gelaat van haar man en daar de rust vingen van de waarheid, den stoot, die haar neer deed zinken als verkoos zij dit plotseling zelf zoo: gereed te sterven.

Aan dit punt van zijn herinneringen gekomen, waar nog immer het oude, voorbije opnieuw hem schrijnde, wist hij niet beter te doen dan even stil te staan op het hooge pad bezijden den grooten weg. Zijn hart klopte, schokte mee iederen keer, als hij zich zoo onverhoeds in het verleden stortte; zijn beenen verlamden en het opgevlogen bloed wilde niet terug uit zijn dof-bonzend hoofd.

Neerstarend op zijn schoenpunten, meende hij aan zijn stilstaan een zekere houding te geven ten behoeve van de voorbijgangers. Een Scheveningsch drietal in de drievoudige cadans van heur statigen rokkenwapper, aanvaardde dit dan ook en giehelde eensluidend als één lach uit drie jonge monden gekird. En eene riep met de scherpe, harde stem der jeugd: »hij bezint z'n eige, da ze schoene nie gepoest ben«.

Een plek leikleurige lucht, plotseling zichtbaar in een open flank, waar hoornen de kruinen uiteenreten, was het punt, waarheen Kroon's blik trok, nu hij zijn immer ontglippend voornemen onverdroten opnieuw vormde.... dit alles toch los te laten

De meidenroep was wel onwezenlijk langs hem gegleden voor spot en zelfs humor sloot zijn in zwaarmoedigheid verengde geest zich allengs meer en meer — niettemin wist hij maatschappelijk te moeten zijn, dat te moeten vermijden wat men aandacht-trekken noemt. Zooals nu op den weg had hij in Pulchri's zalen meermalen staan droomen, tot een van zijn oude en beste vrienden hem een por in den rug placht te geven, zonder woorden, want van Haaften, de spotvogel, spotte hier nooit mee, daar was hij te zeer de waarachtige kunstenaar voor en daarvoor had hij ook te goed Kroon's vrouw gekend. Niemand wist onder schilders beschaving meer te waardeeren dan hij.

En nu in vertraagden voortgang staarde Henri Kroon op-

Sluiten