Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EMMA, DE BRUID

len van Yvo's brief. Maar zij gaf niet aan deze meisjesachtige opwelling toe. Als het een ander geval was geweest, maar hier, — waar noch Folly, noch Ips ooit de satisfactie

zouden hebben, die het lot haar had gegund Neen, zij

deed het niet. Het was al erg genoeg, dat zij de arme Leni ervan op de hoogte had gebracht.

— Wij zei Ips, zijn zóó onuitsprekelijk rampzalig geweest, dat we er dikwijls bijna onder bezweken zijn. Maar

dat gunden we Hans niet, begrijp je O! vind je hem niet

slecht?

— Had hij te kennen gegeven, dat hij van een van jullie hield?

— Neen, maar we dachten het. We waren ervan overtuigd.

— Vond je Hans iemand om te trouwen?

— Neen nu je 't zegt Hij was eigenlijk veel te

egoïst daarvoor. Neen hij wou liever zelf alle geluk ontvangen, dan geluk aan iemand geven.

— Maar jullie waren nog zoo jong, en verbeeldden je dat. Ik heb Hans Dennewaerd nooit als getrouwd man kunnen zien Als als dat niet met jullie moeder was

gebeurd, dan is 't toch heel de vraag, of Hans later... . een van jullie twee....

— Je zegt 't zelfde als Hermance van Voorst O,

Emma, zijn we niets dan domme, dómme, dwaze kinderen geweest?

— Troost het je, als ik ja zeg?

— Natuurlijk.

— Dan: ja!

— En.... zei Ips, als wij.... in iets verkeerd hebben gedaan, dan hebben we daarvoor toch ook wèl geboet. Maandenlang, Emma, zijn we levend dood geweest. O, Emma, mogen we weer aan het leven deelnemen, denk je?

— Ach kind, wie weet hoeveel geluk nog voor jullie is weggelegd....

— Zou je denken? vroeg Ips met een kinderlijken glimlach.

— Ja, kindje! Je weet: van 'n bruiloft komt 'n brui-

Sluiten