Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN HET NOORD-LIMBURGSCHE LAND

nesboersche vrouw ook bezig was de hennen binnen te halen, want van dien kant kwam het geroep en 't was immers de tijd: de avond donkerde zoo langzaam aan. En de hennen kropen zoo licht in de heggen, waar ze dan ook de eieren legden. Soms vond men nesten van twaalf en meer. Maar opeens was het tot haar doorgedrongen, dat het roepgeluid uit de verte een verdraaide mannestem moest zijn. En dat had haar razend gemaakt, vooral toen zij ook nog het dof getril van een voor-den-gek-houdend gelach hoorde door de stilte van den valavond heen. Dat waren Wullem en Ties, zij begreep het wel; dat sprak vanzelf, want wie zou het anders kunnen geweest zijn! En met die logica was de kwestie voor haar opgelost. Met haar eigen gedachten zweepte zij haar kwaadheid op. Die moesten zichzelf maar voor den gek houden, die schandalen voor het heele dorp, die niksnutters, die.... Ja, dat was nou de dank ervoor, dat de Hannesboerschen altijd door hun boggerd hadden mogen loopen om naar de kerk te gaan. Maar dat zou nou uit zijn, de baas *) moest het verbieden en dan maar eens naar den veldwachter gaan, dat die er op letten zou. Wat dacht die bocht van volk wel? Dat men zich maar altijd zou laten koejeneeren? Het was allemaal door die fliertse van den nejen Witjesboer gekomen, die hingen stad en land aaneen met haar gekke kunsten....

En in zichzelf nog doorscheldend en daarbij uit het verleden van de Hannesboersche familie alles ophalend, wat gezegd zou kunnen worden om wraak te nemen, liep zij het huis binnen, waar zij hijgend, met huilstem van woede, neergevallen op een stoel haar opgewondenheid uitraasde.

Dat de hennen er niet allemaal waren en Wullem en

Ties van den Hannesboer schreeuwden haar na: tuut.... tuut.... en die moesten zichzelf maar naschreeuwen, dat smeerlappenvolk.... en die mooie witte was er niet, die altijd zoo'n dikke eieren legde.... en die lummels moesten maar naar den Witjesboer gaan tuut-tuten, 's avonds laat achter het huis in het donker, maar eieren leggen zouden die hennen wel niet doen en dat wief van den Hannes-

de boer, haar man.

Sluiten