Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET RAAM DAT VERRIED

patroons zullen altijd met lof over mij spreken. Zelfs in den stilsten tijd wist ik nog orders te krijgen. En ik was zuinig, meneer, nooit gaf ik een cent meer uit dan noodig was; alles bracht ik thuis voor haar, voor mijn vrouw, voor Marguérite. Want ze had heel wat noodig, maar ik gaf het haar graag. Ze was nog jong, hè, meneer, tien jaar jonger dan ik, en ze zag er goed uit. Dan wil zoon vrouw zich ook graag goed kleeden. Ik gunde het haar van harte, meneer. Als zij

gelukkig was, dan was ik immers ook gelukkig

Maar van dien avond wilt u nog eens precies alles weten.... Welnu, ik was den heelen dag op reis geweest, zooals dat bijna alle werkdagen gebeurde. Het was een warme dag in Juni, en toen ik eindelijk in de stad terug kwam, was het half tien en ik was moe. Ik was moe en hongerig, want ik had, zeker door de warmte, niet veel gegeten in den loop van den dag. En ik wist niet of er thuis nog wat te eten zou zijn, zoo laat nog. Marguérite had 's morgens gezegd, dat zij 's middags haar moeder zou gaan bezoeken aan het andere einde der stad. En ik dacht: misschien is zij daar wel gebleven voor het avondeten. Ik besloot dus maar een stukje te eten in de stationswachtkamer. Het was er heel stil, ik was bijna de eenige bezoeker. Alleen in een hoek zat een jong paar. Ik ging zitten, dicht bij de deur naar de perrons. De kellner was al aan het opruimen, servetten opvouwen, zoutvaatjes leegmaken, en zoo meer. Ik bestelde een broodje met kaas en een kop koffie. Ik keek eens om mij heen, het was ongezellig in die hooge holle ruimte....

Nu moet u goed luisteren, hoe het daar was, met dat raam, want wanneer dat raam niet zoo open was geweest, precies zoo, met dien hoek van zooveel graden, of wanneer ik aan een ander tafeltje was gaan zitten om mijn broodje

met kaas te eten, dan zou Marguérite nu niet , neen,

meneer, dank u ja, ik zal een slokje water drinken

zoo, ik ben alweer kalm U weet dat die wachtkamer

feitelijk op de eerste verdieping gelegen is, wanneer men van de straat af rekent. De entrée van het station is gelijk met het plein er voor, dan gaat men een hooge breede trap op, en komt aan de perrons en aan de wachtkamers. Die wacht-

Sluiten