Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VRIJ EN ONVRIJ

Was dit een toeval? Dit nachtlied haar in haar diepste ellende toegezonden?

Wat een stilte daar buiten en diep in zichzelf, en nu de trillende orgeltoontjes, dat zuivre, absoluut zuivre, onovertrefbare spel van rhythme en gebondenheid, van zorgelooze vrijheid en losgelaten dwang.

Nooit meer dit van straks, dat leelijke, dat lokte of het iets moois was: — Vrijheid? En haar kinderen dan, gebonden hun geheele leven door zoo'n herinnering, hun heele leven vervolgd, zoodat haar kindskinderen eens het zouden weten van haar

God, dank voor uw hulp....

Zij wist niet dat ze de woorden vormde, haar dankgebed was naar boven geweld als een natuurkracht zelf. Wonderlijk, o, het was wonderlijk. Henri had gezegd: Luisteren.

In Henri geloofde ze. Wat een zegen, nog een mensch om ten volle, tot het eind toe, in te kunnen gelooven.

En in den kleinen nachtegaal geloofde ze, het lieve schepsel van God, die al haar ellende had weggevaagd — zelfmoord-aanvechtingen en nu een vrede.... geloof.... vertrouwen.... Wat was het.... ?

En dan, in den nanacht van den bewogen stond, de verwerkelijking der toegezonden boodschap

Arnold had gelijk en Willem had gelijk. Vader en eigen kind, die hielden toch te veel van elkander om werkelijk vijanden te zijn.... Willem werd den een of anderen dag minister. Nooit sprak hij daarover, hij zou ook precies dezelfde man blijven; hoogmoed kende hij niet. Alleen plicht, een dwang van plicht, waaraan hij trouwens zelf het eerst en het meest gehoorzaamde. Zijn zorgelijke trekken, de afwezigheid van eenige levensvreugd of behoefte eraan, duidden toch reeds erop, dat hij de macht om geluk te kennen, niet bezat.

Haar eigen macht tot genot in 't leven was ondergaan en nu besefte ze ten volle, wat lang in haar onderbewustzijn had gedraald zonder te willen verschijnen: dat zij, de vrouw, in haar gezin de leiding nemen moest. Zij kende

Sluiten