Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PETERKEN

gezicht was vuurrood geworden. Uitdagend keek ze de ander aan. „Wie behandelt hem als een hond?"

„Nu ja.... nu ja...." suste de moeder. „Ik zeg het zoo

maar bij wijze van spreken als een hond is misschien

wat sterk... als een hond heeft hij ook niet gezegd, maar..."

„Wat heeft hij dan gezegd?" Strak keek ze de moeder aan. „Wat heeft hij dan gezegd? Praat U er niet over heen, want het is mijn recht te weten, waarover hij zich beklaagt! Mijn recht, hoort U?"

„Beklaagd? Beklaagd?" Met schrik bemerkte ze, zich vergaloppeerd te hebbèn. „Hij heeft zich niet beklaagd

nee, beklaagd heeft hij zich niet hij heeft het me verteld...."

„Zoo heeft hij 't U verteld. Zoo, zoo "

„En wat zou dat?" ging de moeder voort. „Is het niet natuurlijk, dat hij bij zijn moeder komt als hij verdriet heeft? Jij bent er toch gesloten voor? Heb jij je ooit iets van hem aangetrokken? Heb jij hem ooit je liefde gegeven?"

„Daar hebt U zich niet mee te bemoeien! Dat zijn mijn zaken! Ik verbied U uitdrukkelijk daarover te praten! Althans in mijn huis!"

De moeder zweeg even, beduusd door haar felle houding. Was daar nu mee te praten? Zoo'n houding en zoo'n toon...

Ze trachtte het over een anderen boeg te gooien.

„Gaat het goed met 't kind?"

„Dank U."

„En zijn lessen?"

„Dank U."

„Is hij boven?"

„Ja."

„Bij de juf?" „Ja."

,,'t Is toch jammer 't Is toch jammer " Meewarig

schudde ze het grijze hoofd. „Dat zoo'n kind nu de schuld van zoo'n hoogloopende kwestie is.... dat zoo'n kind er nu de oorzaak van is, dat het tusschen jullie maar niet boteren wil...."

„Wat zegt U?" schreeuwde ze. Ze stond met zooveel heftigheid op, dat de oude vrouw verschrikt ineenkromp. „Het

Sluiten