Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VERRE PRINS

ten. Het is zoo heerlijk mensch te zijn." Bergsma strijkt over zijn haar. „Eigenlijk was ik dat ook een beetje aan het vergeten. Ik had ook een lesje noodig, U op het balcon herinnerde mij er ineens aan, dat het leven opnieuw begint. U is nog zoo jong, u begint pas. Ik zal u helpen, het leven weer heerlijk te gaan vinden."

Amke kan niets zeggen in 'n plotselinge ontroering. Zijn oogen stralen een licht uit, waarop ze toe moet als een vlinder op de vlam. Er is een duizelig-makende blijdschap in haar.

Bergsma loopt met Amke de marmeren trap af. Op den corridor wordt de knop van een deur omgemorreld en een blond meisje springt naar buiten.

„Vader, hebt u Georgette ook gezien?"

„Jawel, op den schoorsteen in de wachtkamer, maar daar mag je nu niet komen, niet eens op de gang, als er patiënten zijn."

Wat een leuk ding, vindt Amke. Ze lijkt iets ouder dan Cecelie van Boekhove. Blond pagehaar hangt recht en zijig langs het blanke gezichtje. Ze is steviger dan Cecelie en nog beweeglijker, ze danst maar van het eene been op het andere. Met het kind aan de hand trekt de dokter de straatdeur voor Amke open. Ze steekt de tramrails over en loopt langzaam langs het rasterdraad van het gazon. Dotjes gouden en paarse crocusjes puilen overal uit het gras; in de verte buigt een treurwilg zijn teer-gestreepte takken over den Singel. In de boomen van de diergaarde zijn de reigers terug. En de ribes is uit. Voor de ramen der heerenhuizen staan roode tulpen met gele kelen, als om voedsel gapende vogelbekken, Hoe zou het kind heeten? Kees, had de vader geplaagd, Amke is nieuwsgierig naar zijn voornaam. A. Bergsma stond er op de blinkende koperen naamplaat. Hij is een Fries, doch gesloten was hij niet. Nu weet ze ineens, op wien hij lijkt met dien breeden mond en die groeven van de neusvleugels naar de mondhoeken. Op dien tooneelspeler, dien haar vader en zij in Berlijn zoo hebben bewonderd, — op Albert Bassermann lijkt hij. Weer mensch worden moet ze, want mensch-zijn is zoo heerlijk. Ze heeft een gevoel, alsof een last van haar afglijdt, een last, dien ze

Sluiten