Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VERRE PRINS

gen," zegt Esther, „wat loopt het vol." Aan haar andere zijde is een stoel voor Emil opengehouden. Hij is nog achter in de zaal en op zoek naar Paul. Edith hoopt, dat Emil hem vinden zal. Hoe komt hij er toe zijn zakdoek te vergeten, juist nu hij verkouden is en dirigeeren moet.

„De verkoudheid zit in de lucht," lacht Amke. Ze is zelf ook heesch, ze kan precies wijzen, waar haar bovenkaaksen slaapbeenderen zitten. En in haar oor en kriebelt het,

„Daar komt Emil," zegt Edith. „Heb je Paul gevonden?"

„Om u te dienen, Editha." Paul is in de bestuurskamer, druk in conversatie met de solisten, Eva en de zangeres.

„Wie is het?" vraagt Esther. Ze heeft nog niet de moeite genomen het programma in te zien. Emil is de naam ontschoten, in elk geval ook een debutante, een jong ding, maar zij moet een goede stem hebben.

„O ja," wendt hij zich tot Amke, „ik ben aan haar voorgesteld en ik heb gauw gezegd, dat »Du bist die Ruh« je lievelingslied is. Als je hard klapt, krijg je het als toegift; alleen, je moet buitengewoon hard klappen."

Amke kijkt hem weifelend aan, ze weet niet wat ze van hem denken moet.

„Och, neem hem toch niet au sérieux," lacht Esther. Als alle menschen, wier blik veel naar binnen gekeerd is, laat Amke zich makkelijk beetnemen. „Dat zal hij een wildvreemde zangeres durven vragen!"

Amke moet telkens op zij naar Edith kijken. Geen wonder, dat Bergsma zich zoo voor haar interesseerde. Amke wenscht zichzelf zoo blank en blond. Want Edith is prachtig, ze heeft een matte, als zijden huid en groote, grijze oogen met telkens veranderende pupil, waardoor ze nu eens licht, dan weer verlokkend donker lijken. En blond is het weelderig haar, met zilverglansen in de golvingen. Welken naam heeft Bergsma haar toebedacht? »De Vrouw van de Zee« zal hij haar genoemd hebben. Ze past in de lijst van een paarlemoeren dag. Amke voelt zich opeens gloeiend warm en vol van onbestemde droefheid. Ze opent het programma op haar schoot.

Sluiten