Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WOUTER

avond. Ik dacht je man ook te treffen. Ik kom nog wel eens langer." „Graag."

Wouter had haast. Een korte handdruk en weg was hij.

Gekke jongen! Ze kon best begrijpen dat hij geen meisje had. Gelukkig dat zij met Frans getrouwd was.

Ze nam haar handwerk op en zag de witte roos niet, die voor haar wiegde in de zon.

Wouter ging naar huis. Zoo beklemd als hij in geen maanden was geweest. Zijn vuisten balden zich. Er was iets in dit leven waartegen hij niet opgewassen scheen. Hij streek zijn warme haar naar achteren. Nu was hij weer eenzaam. En overmorgen begon hetzelfde werk. Dezelfde ongekende en tegelijk bekende gang van het bestaan.

Wanneer zou ze komen, die Wouter bevrijdde uit den kerker van zijn droomerig gemoed? De prinses, die den Schoonen Slaper bevrijdt!

Het was donker, vochtig, de lucht vol geheime geluiden, toen Wouter, zonder verlangen, willoos en verslagen, huiswaarts keerde.

Sluiten