Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE MISTLETOE.

107

zoo zuiver en zoo plechtig als met hun van verwachting kloppende hartjes mogelijk was een kerstlied rondden boom, waar, op de wijd uitgespreide, besneeuwde takken de lichtoogen der kaarsen mystiek straalden en de snoeren van zilveren sierselen en vergulde vruchten glinsterden en de kinderen deden denken aan een wonderboom uit een sprookje.

Eerst kwamen grootpa en grootmama, beiden ernstig en aangedaan door den aanblik van het geheel, den verlichten, statigen boom, de kinderfiguurtjes, de feestelijke kamer en op den achtergrond aan den vleugel hun zoon.... hun eenigen jongen, die terug was na zooveel jaren in de ouderlijke woning.

Na een langen tijd was het dan toch eindelijk weer kerstfeest voor hen beiden, konden ze weer staan bij den opgesierden boom en luisteren naar de vredige, rustige klanken van het kerstlied, dat nu door kleinkinderen en vroeger door kinderen hun werd toegezongen, uitgezonderd die reeks van jaren, die ze uitgeschakeld hadden van den keten, omdat ze vol treurige herinneringen waren en hun de vredige huiselijke kerstviering onthouden hadden. Hun eenige zoon was toen in den vreemde, steeds verder dwalend van den goeden weg, en wenschte niet terug te keeren tot zijn ouden vader en moeder, niettegenstaande hun smeekbeden volhardend in zijn egoïstisch, genotzoekend leven, onbezorgd, de zorgen dier twee oude menschen, voor wie ieder kerstfeest geteld was en wien hij dierbaar was gebleven, vermeerderend.

Zij wisten dit nu voorbij en zagen hem reeds van verre aan 't instrument, zooals hij vroeger placht te doen.

Toen kwamen de ouders der kinderen, ieder arm in arm, volgens ouder gewoonte en eindelijk Myra, de aangenomen dochter, de lieveling van allen, jong en frisch als een voorjaarsbloem in het ivoorwitte kleedje met groote roode kralen, die als rijpe hulstbessen langs de corsage lagen.

— Gelukkig kerstfeest, juichten de kinderen dooreen tot de ouderen, die hen kusten op de blijde, warme gezichtjes.

— Gelukkige kerstmis, Henri, en de oude moeder liet even haar moede, grijze hoofd tegen het hart van den jongen man rusten, die haar zooveel van het geluk harer laatste jaren had ontnomen en dien ze eindelijk had weergevonden, veel veranderd, verouderd, verminderd, maar dien ze nog liefhad vol weemoed om zijn ver-

Sluiten