Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE VEOUW.

173

ten een praktijk in de stad te zoeken en het nare huis op de heide te sluiten, het over te doen aan z'n opvolger.... Ja, dan... .Maar meteen, terwijl ze dit overdacht, rezen al de bezwaren, niet het minst de geldelijke, die Hattinck, als ze erover sprak, er stellig tegenin zou brengen, 't Kon eigenlijk alleen maar goed worden na den dood van haar ouders, als ze over meer middelen zouden kunnen beschikken en dat ongeluk hoopte ze, dat nog lang zou

uitblijven; haar goede vader en moeder kon ze niet missen

Mevrouw Erzij volgde met belangstelling de vreemde opwinding van Josien. Ze merkte weldra, dat haar dochter hier kalmer werd, minder nerveus en prikkelbaar dan in het eigen huis. Zou er dan toch een minder gelukkige verhouding tusschen die twee bestaan, zou Josien iets hebben dat haar hinderde, en wat ze niet zeggen wilde....?

Ze meende het wel te moeten gelooven, en dan weifelde ze weer. En toen Hattinck in den vroegen avond van den volgenden dag zijn vrouwtje jwam halen, lette ze scherp op hun houding. Maar Josien wierp zich zóó hartstochtelijk aan zijn hals, toonde zich zóó uitermate verheugd hem weer te zien, dat mevrouw Erzij al haar vermoedens zag vergaan. Vol van blijde hartelijkheid sprak ze met hem af, voor onbepaalden tijd naar het heidedorp te zullen komen, als de tijd van Josien's bevalling er wezen zou.

Toen Hattinck en Josien in het doktershuis aankwamen was het al laat.

De oude Martha had nog avondeten gereed gezet, doch Josien bedankte voor alles. Ze verlangde ernaar met Herman alleen te zijn, hem heelemaal voor zich zelve te hebben. Op de holle slaapkamer boven, waar reeds de lampen brandden en het houtvuur in de kachel knapperde, vleide ze zich aanhalig tegen hem aan, fluisterend hem noemend bij de lieve namen, waarmee ze in zoo lang hem niet noemde. Tot hij, dronken van haar jonge warmte, de spontaniteit van haar overgave, haar in zijn armen sloot en haar frisch gezicht overdekte met kussen. Willoos liet ze hem begaan,

als wèg in zijn omhelzing Maar in haar klaar hoofd was het

vaste willen, terug te winnen wat ze wellicht, in haar afwezigheid, kon hebben verloren....

Sluiten