Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE VROUW.

181

— Dokter kent goed den weg, zei de huishoudster onzeker.

— Maar wat dan? Heb je zelf niet verteld, dat laatst iemand

de spoorlijn is overgestoken, en door den trein is vermorzeld ?

Kan hij niet evenzoo een ongeluk hebben gekregen en ergens liggen Zwerft er geen verdacht volk langs de wegen ?

— Dokter gaat niet over de spoorlijn, zei de oude Martha, de andere vragen negeerend.

— Maar wat dan?

Met starre oogen staarde Josien haar aan. Er moet toch iets gedaan worden... Er is wat gebeurd ... van vanmorgen af al uit. . Een ongeluk kan ieder overkomen... een heele dag al bijna weg!

— Een ongeluk ? prevelde de oude vrouw.

— Ja, een ongeluk! snikte Josien wild.

De gangklok sloeg nu tien malen, en dit late uur verwarde ook Martha zichtbaar.

— Dokter moest een hond hebben, zei ze, dat zou veel geruster wezen.

— Wat geeft dat nou... huilde Josien wanhopig. Wat moeten we doen.. .?Wat moeten we doen... Niemand in huis om uit te sturen.

— Ik zal naar het dorp gaan, de menschen opkloppen? opperde de huishoudster.

— Ik ga mee, zei Josien vastbesloten.

— Nee, blijft u hier, u kunt niets doen 't Zou de dood

kunnen zijn van het kind....

— Ach wat....

Een kille schrik greep Josien aan. De dood van haar kind zou 't kunnen wezen Wat beteekende dat, als Herman zich in gevaar bevond! De dood....?

Verwoestend vlaagde door haar heen de gedachte aan die andere vrouw, aan haar brief. Het duurde één enkelen tel, nee, ze liet zich door die verschrikking niet weerhouden, ze ging mee op zoek, heel het dorp moest worden opgeklopt, de dokter, hun dokter, haar man bevond zich in gevaar!

De oude Martha, besloten, hief zich overeind. Tastend zocht ze naar lucifers en stak de lamp aan. Vreemd, in het plotselinge licht dat de kamer in warmen schijn zette, staakte Josien haar onmach-tig snikken. Ze volgde Martha.

Sluiten