Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

414

BAET BOUWEES' SCHAT.

XVII.

Als Eiek gemeend had, dat de nieuwe betrekking Alberts gedachten wel zouden afleiden van 't verborgen geld, dan scheen aanvankelik het lot haar in 't gelijk te stellen. Eemmers scheen met lust te arbeiden, bleef de hele avond thuis en dronk geen enkele borrel, 't Leek of de oude, goeie tijd terug ging keren, de tijd, waarop de droom van 't boze geld niet rustte.

Maar nog was hij niet daar, nog was h'r man niet weer dezelfde als in het begin van hun trouw. Iets zweefde er nog — iets van dat vervloekte geld. Ze merkte het aan alles, — ze zag het in z'n ogen, vooelde het in al z'n handelen. Als dat nu maar verdreef!

Maar op een avend was Albert naar het dorp gegaan en laat stom-dronken thuis gekomen. Van die tijd af begon het lieve leven weer — de vloek van het geld was hen ook hier gevolgd.

Toen werd hun twede geboren —

■— Toe maar, toe maar! had hij gevloekt. Geen geld, maar kinders!

Met een smak had hij de deur toegeslagen en was naar 't dorp gegaan.

O, wat had ze zich verbeten die nacht, toen ze daar neerlag met h'r zwakke lijf. Had ze kracht gehad, ze was hem nagerend, had hem teruggesleurd, had hem geslagen, dat hij kroop in het stof.

Maar ze kon niets — niets! Ze mocht nog niet huilen, niet vrij uit huilen voor de buurvrouw, die bij h'r waakte.

Erger werd het, al erger. Geregeld ging hij nu 's avends naar de herberg, en als hij terugkwam maakte hij spektakel van belang, sloeg haar, sloeg h'r oudste, versplinterde hun klein bezit.

De baron wist alles. Hij had al een wenk gegeven, dat hij van zulke lui niet gediend beliefde. Ze wist wat volgen zou, volgen moest, als Albert zo door bleef doen. In lange, slapeloze nachten overpeinsde ze alles, wat dan wel gebeuren moest — en als hij nuchter was, sprak ze van h'r zorgen, vroeg, bad, smeekte hem, toch de drank te laten staan, zich zelf niet zo te verdoen, haar en de kinderen niet de armoe in te drijven.

Dan keek hij in h'r ogen met iets van 't oude liefvertrouwde, dan beloofde hij, dat het nooit, nooit weer zou gebeuren —

Sluiten