Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

468

DB MELKMEID.

werk vlogen, in de meening, dat zij ze kwam voederen. Het stovende zonnelicht streelde haar en ze trok de schouders op in een diepen, genotvollen ademzucht. Het was of de lucht haar prikkelde en haar bloed met kracht door de aderen dreef. Een weelderig gevoel van levenslust doortintelde haar.

Nu zag ze de opgesloten hoenders scharrelen in hun dichtgevallen ren. Ze deed het deurtje open en de haan stoof wijdbeens vooruit naar de mesthoop, waar hij zich deftig in postuur zette, den bloedrooden kop omhoog, den snavel wijd open en helder zijn gekraai uitstootend. De kippen hadden zich al om hem heen genesteld, scharrelend op den buik in de scherpriekende, warm gestoofde mest.

Nel wandelde naar den boomgaard, die teer rose blonk van appelbloesem.

Ineens draafde met stijve staakpooten een ruig veulentje haar uitgelaten voorbij, twee keer op en neer langs de sloot. Plotseling bleef het stil staan en zag rond, of het verwonderd was, alleen te zijn.

Zij had ook behoefte om zich te bewegen, om diep adem te halen en zich alle leden uit te rekken, alle spieren te spannen. En tegelijk om zich op de warme aarde uit te strekken, de oogen dicht, half droomend en toch alle geluiden van de vogeltjes om haar opvangend als uit de verte. Ze drentelde wat heen en weer en zocht de eieren van de nesten in de hooischelf en op den mesthoop en in de schuur, waar de malle kippen ze maar bliefden weg te stoppen. Ze borg ze in de kamer, maar de opgesloten slaap- en etenslucht stond haar tegen en ze ging weer naar buiten, om een rustplekje in het gras te zoeken.

Het boerenerf, geheel door een lommerrijke boomenrij van het omringende land afgesloten, scheen te slapen. Het lange gras, waarin de gele paardenbloemen als lichte vlekken fonkelden, was hel groen, glanzend van een satijnige lente-malschheid. De schaduw der appelboomen trok zich in ronde kringen samen om den voet der stammen. En de daken der gebouwen, waar weelderig het fluweelige mos en de roodgestengelde bloemtrossen van de stugge huislook tierden, schenen in lichte rook te staan, of de vochtigheid van schuren en stallen door het riet heen een uitweg zocht.

Sluiten