Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KARAVANSERAI.

Inderdaad meende van Arkel dat hij er iets van begreep, maar hij was al diplomaat genoeg om zijn begrip, uit de driedubbele onderstreping van het voorlaatste woord geput, te verbergen. Het geval deed tragi-comisch aan. — „Je vrouw schijnt belust op al weer wittebroodsweken," zei hij; maar dat bleek olie in het vuur. Van Wingerden rukte hem het papiertje uit de hand en slamierde er vloekend mee naar beneden. Van Arkel

riep hem nog na: — „Houd het voor je, kerel " maar de

door-het-dolle heen scheen hem niet te verstaan, — en beneden begon het spektakel pas: de Graaffs schaterlachten, terwijl de arme van Wingerden als een gek stond te oreeren en ten slotte als een ijsbeer om zijn waterkom rondom den kanarie liep — tot vermaak van de samenscholende jeugd.

Toen de stakkerd eindelijk in elkaar zakte, namen van Arkel en Theo, geholpen door een paar van de sterkste jongens, hem op en sjouwden hem naar boven, waar ze hem in zijn kamer op den divan neerlegden; na afloop van de tafel zou men wel verder zien — hij was nu tenminste rustig. Maar vóór den afloop riep één van de jongens: — „Kijk, meneer van Wingerden gaat er ook vandoor!" — en inderdaad, hij was er vandoor en niemand wist waarheen.

— „Daar heb je nou de liefde," zei Anton tot Theo, „dat is nou jou lekkers.... zie je nou de apekool? Jij bent ook nog's verzopen, vóór je water gezien hebt...." — Theo werd bang voor erger en ging heen — van Arkel naar boven.

Vier dagen later dook van Wingerden weer op; hij scheen uiterst kalm en zei alleen tot van Arkel: — „Zoo leer je 't leven kennen.... wéét je wat 't waard is.... Ik heb echtscheiding

aangevraagd.... Een vrouw.... je kunt er niks op aan

Al je mooie liefde, 't is paarlen voor de varkens...." —

De dikke nonna uit de keuken zat met Krömö in een hoek van de galerij lepels en vorken te poetsen; zij hoorde en verstond wat van Wingerden zei; en scheen verontwaardigd. — „Tjies, Toewan.... als jou moeder goor, zij zou nangies1)..."

Van Arkel merkte op: — „Zulke teere dingen moesten we liever in 't Fransch zeggen, amice." — Jeprouw-kokkie kreeg een uitbrander over haar onbeschoftheid. —

') Schreien.

Sluiten