Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAN.

„En vader mocht niet naar zijn bureau en zat me den heelen dag voor te lezen."

Zie je wel? Paula zou het wel uit willen juichen, Jan's vader is niet onverschillig en het is nu om hem zelf, dat ze hem een vriendeüjken blik gunt.

Van Overaert begrijpt dien zeer goed, maar slaat zijn oogen neer.

Kon hij de oude maar weer worden. O, als hij maar los kon komen van dat vervloekte Monte Carlo! als hij maar één dag veine had, als hij maar juist voldoende terug won — nooit zou hij meer een voet in de speelzalen zetten.

Nu weet hij het zeker, dat hij er de kracht toe zou hebben. Dan zou hij weer vrij zijn! Hij zou met Jan door de bergen dwalen van het heerlijke land, welks schoonheid hij dan eerst recht zou kunnen genieten. Hij zou weer aanspraak hebben op ieders achting en niemand zou met recht over hem kunnen spreken zoo als Paula eens deed. Zoo'n fijn blond schepseltje! Hij was er niet boos om gebleven toen zijn drift bedaard was, zij had gelijk en ze was zoo lief voor zijn kind! zoo lief, zoo eerlijk en zoo dapper. Hij kende de familie waartoe ze behoorde, de Geldersche Sassens, het waren goede menschen, allen.

„Woonden we maar wat dichter bij elkaar" hoort hij Jan zeggen, „dan zou ik U per fiets komen opzoeken, zoodra ik mijn werk af had en als 't op een Zondag was met vader, want dan gaan we altijd samen uit, omdat het de eenigste dag is, dat hij weg kan. Daarom kan Vader ook niet verhuizen, om zijn werk."

Wat een plaats namen ze reeds in zijn jongenshart! en met de zelfde voortvarendheid hoort hij hem vervolgen:

„Ik zou wel gaarne buiten wonen, maar U zeker niet in de stad? Vertelt U nog eens wat van den Sassenheuvel?"

„Wel, als je Oosterbeek zoo wat door bent, ligt het aan een laan, die op den straatweg uitkomt," beschrijft Paula. „Hoe lang is die?"

„Dat weet ik heusch niet precies, ze maakt een kleine bocht, links is water, rechts grasveld en dan kom je aan het tuinmanshuis met de kassen, dan een boschje en hooger op het huis. Je zoudt heusch flink moeten trappen om tegen den Sassenheuvel op te fietsen. Als je heelemaal boven bent "

„Op zolder bij U?"

Sluiten