Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE GEZEGENDE ECHT.

Het was dan ook niet zonder vreeze dat hij haar vroeg, wat haar tot hem leidde en toen ze niet zoo dadelijk antwoordde, overkwam hem een angst, die het ergste deed vermoeden. En plots bedacht hij dat dienzelfden dag twee bevriende collega's een bezoek hadden toegezegd en dat hij, ter dier gelegenheid een extra maal aan Melanie had opgedragen. Was het dit misschien, dat haar ongewone komst verklaarde ? Was het de kip of de roastbeef ?...

Hij durfde niet verder denken en met iets van een verwijt, vroeg hij haar, terwijl een ontroerde klank in zijn aarzelend vragen klonk: „Melanie.... is er iets.... is er iets ergs gebeurd ?"

En als de meid niet antwoordde, maar beteuterd de oogen neersloeg, werd het den armen man zwaar om het harte. Hij maakte zicb bereid bet ergste te aanhooren en gelaten ging hij in zijn stoel zitten om de booze tijding rustiger te kunnen ontvangen. Een stille droefheid kwam in zijne ziel gerezen en er was als een groote teleurstelling in zijn goedige oogen, die anders zoo zonnig en zoo onbekommerd de wereld toelachten. Het leek hem als een bespotting dat de dag, buiten, zoo schoon en zoo gelukkig was. Elke stonde die Melanie zwijgen bleef, werd zijn verdriet grooter; de omvang der ramp scheen toe te nemen al naarmate de meid daar als wezenloos stond en geen woorden vond of dorst te vinden om het gebeurde weer te geven.

Hij dacht ineens aan een dag van vroeger, dat Melanie tot hem was gekomen en, met veel tranen, verteld had van Boer Verdijks kat, die als steeds uitgehongerd, het lekkere bontje uit de keuken gestolen bad. Hij had het dier nadien nooit meer met een goed oog kunnen aanschouwen en alhoewel het sedert lang niet meer tot de levenden behoorde, toch droeg hij sindsdien in zijn goed hart een stillen wrok tegen al zulke dieren. Het was dan ook natuurlijk dat hij in 't eerste van zijn vermoeden, een of ander ondier verdacht en als hij den moed terugvond om weer te vragen klonk in zijn stem een toon van moeilijk-onderdrukte verbolgenheid. „Die ellendige beesten Melanie, waarom hou-je de

keukendeur dan niet gesloten?.... Ik heb je reeds zoo vaak gezegd.... En nu.... En wat zullen de heeren er wel van denken ?.... En de kip: de vetste en de lekkerste uit heel de ren...."

Zijne stem brak, zuchtend liet hij het hoofd op de borst zin-

Sluiten