Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DB GEZEGENDE ECHT.

lijk, wat ze zeggen wou; ja, monsterlijk en weerzinwekkend?

En toch In haar hart zong nog het zoete geluid der

liefde Zoo weinig had zij er nog van geproefd: enkel wat verliefde woordjes en eens één zoen; die hij haar ontstolen had tot

haar edele verontwaardiging toen Maar toch, het was zooveel

voor haar die nimmer de weelde van een dwaas geluk had gekend

en zoo plots in haar schamelheid die vreugde ontving O, ze

moest het zeggen: ze kon het niet verzwijgen. Om niets ter wereld zou zij het nog willen derven

En als de pastoor zijn verhaal ten einde had gebracht, en, glimlachend in de onschuld van zijn goedaardig gemoed, weer aan zijn lectuur wilde gaan om nog even de stof voor de preek van Zondag te vergaren, bleef, tot zijn verwondering, Melanie in de kamer, Het schoot hem te binnen dat ze al zoo zonderling had gedaan toen ze daar straks hem zoo schrikken liet. Wat zou ze dan toch mankeeren ? Waarom kwam ze er niet voor uit ? Ze had anders de gewoonte niet er een blaadje voor te doen. O, gaf hij toe, terwijl hij zoo in zijn eigen te redeneeren zat, ze was goed voor hem, Melanie; maar soms wat driftig en ook lastig, af en toe. Zou ze soms ruzie hebben gehad met een of andere buurvrouw?.. Hij had er een afkeer van in haar praatjes te worden betrokken. Het stoorde de gerustheid van zijn gepeinzen; hij hield niet van die lawaaierige twisten. Nu hij de kip in veiligheid wist, verveelde het hem lichtelijk dat Melanie op zulke onverantwoordelijke wijze haar tijd verbeuzelde, in plaats van haar beste zorg aan het beestje te wijden. Ook zei hij wat kort: „Welnu, Melanie, zoudt ge niet eens gaan kijken naar den oven?"

„Eerwaarde," antwoordde de meid en legde zooveel nadruk op dat woord, dat de pastoor ervan opkeek. Het voorspelde weinig goeds. Zoo'n toon voerde Melanie slechts in groote oogenbhkken.

„Ja, he?", vroeg hij wat schuchter, terwijl hij zijn boek weer dicht deed en de voorbereiding zijner preek alvast opgaf. „Als er wat is "voegde hij er vriendelijker aan toe, toen hij bemerkte dat zijne dienstbode zich in postuur stelde om een lang vertoog ten beste te geven. De arme man werd er onrustig van, zoo zelden was er iets dat zijne gemoedsrust kwam storen; alle dingen gingen als vanzelf: de eene dag volgde op den andere, even gelijkmatig en even kalm. De pastoor was in dit evenwicht

in 2

Sluiten