Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAN.

Jan was in geen velden of wegen te zien.

Alleen had er 's morgens een bouquetje viooltjes in elk onzer schoenen gestoken, Paula's lievelingsbloemen, dat was weer Jan 's vriendelijk hart op en de op.

Verbeeldde ik het mij of lag er iets verlatens over den tuin nu daar geen vlugge voetstap knarste over 't grind en Jan niet bij ons kwam om gauw iets te vertellen of te laten zien. Yvonne, het fransche kindje, speelde alleen met haar bal, en toen die naar ons toe rolde zei ze:

„H ne vient plus! il n'a pas le temps, aussi il est bien plus grand que moi. Jean fait des courses de montagne tout seul." „Willen wij een spelletje doen?" stelde Paula innemend voor, „ik vind het erg prettig".

„Ik ook!" juichte het kind. Daar was weer de Paula van vroeger. Wat bewoog ze zich vlug, wat scheen ze vroolijk met het kind mee, de moeder kwam ook buiten, nam deel aan het spel, hetgeen ze niet gewend scheen, toen ook de vader en tante. Het was een aardig gezicht, de zon scheen op de drie witte blouses, de rokken golfden in 't snelle bewegen.

„Het is een uitstekende gymnastiek," zei de vader zijn manchetten terugschuivend en zijn vrouw aanziende die zich 't moeilijkste bewoog. „Neen maar Yvonne, nu kan ik er heusch niet bij, je gooit hem in 't perk," riep ze.

Het kleine, lenige ding kroop zonder een takje te breken door de vuurroode sauges, wierp haar moeder den bal weer toe. „Gooi me ook eens," riep de gebrekkige jonge franschman in zijn rolstoel, „maar ik blijf er bij zitten."

Paula's tweede bal trof juist op het dekkleed. De magere vingers gristen hem snel weg en mikten naar Yvonne, die juichte „pas trop haut, oncle Jules." Jammer dat Jan er niet bij was, maar was het eigenlijk niet zijn invloed die hier werkte? Waar of hij op 't oogenblik zijn zou, het arme eenzame, meen, toch zoo rijke, gelukkige kind? Hij was bij Grimaldi naar boven gegaan.

Wat was het daar aardig! Die armelijke, kleine huisjes, dat eene hellende straatje, die woningen waaronder de varkens knorden, de kippen op stok zaten, een muildier stampte in de donkere ruimte op slecht ververscht stroo, en waar konijntjes hun altijd speurende neusjes tusschen tralies in en uit trokken.

Sluiten