Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEVLOEKTE LAND.

Vervelend, in-vervelend vond Garmt dat.

Maar toen hij omzag bemerkte hij, dat het paard van z'n tegenpartij kwalik tegen inhouden kon — 't werd zenuwachtig en ongedurig.

Een grijns plooide even Garmt slippen. — Als het nog een keer werd ingehouden.

'tSein werd opnieuw gegeven — weer niet gelijk — Terug!

Garmt klopte z'n dier op de hals. Meer wagen mocht hij niet, want ook zijn dier werd ongedurig. Maar 't paard van Veit-Jan — hij zag 't rillen over heel z'n lijf.

Voor de derde maal ging de rit los. Eerst was 't kleine rijdertje voor, maar Garmt zette aan, won en won — een kop lengte nog — een rukje —-

Hij klemde de knieën om het beest en zou het wel over de de lijn hebben willen duwen.

Daar was het einde — Een ruk nog — een ruk — 't Duizelde Garmt voor de ogen, z'n oren gonsden — Toen, een luid gejuich ging op, een gejuich voor hem. Hij had gewonnen, gewonnen met half paar dslengte. Maar gewonnen! De eer bleef aan de boer.

't Vreemde ventje verbeet z'n lippen, maar moest met 2 tevreden zijn.

't Was schier een triomftocht, die Garmt begeleidde naar „De groene Linden".

Garmt Visser, Garmt Visser — ieder roemde op Garmt Visser. Ieder dronk op Garmt Visser, en Dries Koetser spandeerde een ekstraatje omdat 't zo mooi was gegaan.

't Was middelerwijl vol-avend geworden en de feestvrienden verspreidden zich, zochten hun jool bij de kramen en spullen, de draaimolen en de schommel.

Rijen jongens en meiden hotsten door de menigte, bebloemd en bestrikt. Voorop ging Hip Harm.

Garmt Visser, Garmt Visser, hi, ha, ho! en dan:

Garmt Visser gaat nooit verloren, falderalderiere, falderalderare, Garmt Visser gaat nooit verloren, falderalderom.

Sluiten