is toegevoegd aan je favorieten.

Het ontstaan, streven en einddoel der vrijmetselarij. Met 333 citaten en 9 facs.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

keert Haus dan ook o. i. den waren staat van zaken om, als hij schrijft, dat de Gnostieke sekte berustte op de Kabbala'). Veeleer berustte de latere Kabbala op de Gnosis.

Vast staat, dat het Gnosticisme zeer sterk onder de Joodsch-geblevenen in Alexandrië en ook in hunne niet-Joodsche omgeving om zich heengreep. In het jaar 134 reeds schreef keizer Adrianus, uit Egypte, over het volk van Alexandrië aan zijnen schponbroeder Servianus:2) „Er is geen synagoge-leider onder de Joden, geen Samaritaan, geen Christenpriester, die daar niet wiskunstenaar of sterrenwichelaar, waarzegger of beoefenaar der geheim-geneeskunst is. Zelfs de patriarch wordt, wanneer hij in Egypte komt, door de eenen gedwongen Serapis, door de anderen Christus te aanbidden."

Serapis was een Egyptische godin.

Onder den „patriarch" moet hier verstaan worden een synagogen-opzichter, afgezant van het Groot Sanhedrin van ]udea. Bij de Christenen bestond toenmaals de patriarchale waardigheid nog niet.

Over deze dooreenmengeling van godsdienstige begrippen in de Gnostiek verwondere men zich niet. De Gnostieken verklaarden alle godsdiensten even goed te achten, omdat ze alle volgens hen uitvloeisels waren van éénzelfde goddelijk-natuurlijke macht.:) Zoo wezen zij de Syrische Gnostieken niet van zich af, hoewel dezen leerden, dat de demiurg, de Jahveh der Joden, een aan den oppersten God vijandig wezen was.4)

Het is belangwekkend in verband hiermee te weten, dat een Nederlandsch ma<;.\ tijdschrift uitdrukkelijk erop wees, dat wel de O.-. B.*. d.\ H.\ maar „niet de vader onzes Heeren J. C. of de Vader, die in de hemelen is," in de Logés wordt aangeroepen.5)

Het Opperwezen noemden de Gnostieken „Ensoph"; daaruit vloeiden volgens hen verschillende goddelijke krachten voort, emanaties, die zij „eonen" noemden. Die goddelijkheid concentreerde zich volgens hen in den mensch, in meerderen graad naarmate hij door wetenschap en wijsheid zich meer ontwikkelt en zijn geest hooger opvoert. „De vorm des menschen," zegt Simon-ben-Jochai tot zijne leerlingen, „bevat alles, wat in den hemel en op aarde is, de hoogere wezens zoowel als de lagere; daarom heeft de Oude der Ouden hem tot den zijne verkoren." 6)

Op deze wijze drong het Gnosticisme diep in het Joodsche geestelijk leven door, zoozeer dat ook de samenstelling van den Talmud merkbaar onder den invloed daarvan gekomen is. Rohrbacher7) teekent aan, dat in den Talmud

') Le Gnosticisme, Haus, I, ch. 1, p. 1.

*) Histoire universelle, Rohrbacher, p. 41.

') Vgl. Die Mysterien der Heidenkirche, Eckert, p. 49—50 pHtstoire xritique du Gnosticisme, Matter, I, 237 v.v.

4) Kirchenlcxikon, Fessier, i. v. „Gnosticismus."

5) Maf.- Weekblad, 31 Jan. 1853, p. 3.

6) La Kabbale, Franck, p. 133.

') Histoire universelle, V. p. 41.