is toegevoegd aan je favorieten.

Mensch, God en onsterfelijkheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

denis van eiken man of vrouw, die tot deze wereld wordt geboren.

Ons nu afwendend van den physieken naar den geestelijken kant van 's-menschen wezen, kunnen wij zeggen, dat de evolutietheorie daar op gelijke wijze een nieuw veld van onderzoek heeft geopend, dat door de oudere philosofen onbetreden was gelaten. Als in vroegere dagen een philosoof er zich toe zette een onderzoek in te stellen naar de beginselen van den menschelijken geest, dan was het zijn eigen bijzondere geest, dien hij begon te onderzoeken, of op zijn best dien van zijn beschaafde tijdgenooten. Toen Descartes zijn oogen binnenwaarts wendde en peinsde over de werkingen van zijn eigen geest, geloofde hij bezig te zijn met de peiling van de diepste voor het menschelijk intellect toegankelijke gronden. Ik vermoed, dat het hem nimmer is ingevallen om zich voor meerdere kennis te wenden tot den geest van een Zoeloe of Hottentot, nog minder tot dien van een baviaan of chimpansee. Toch heeft de evolutieleer het hoogst waarschijnlijk gemaakt, dat de geest van den philosoof onverbrekelijk verbonden is met dien van zulke barbaarsche volken en vreemdsoortige dieren, zoodat wij het voor volledig begrip niet beneden ons moeten achten om het verstand van deze onze nederige bloedverwanten te onderzoeken.

Een gevolg van de ontwikkelingstheorie is, dat tegelijk met de evolutie van het menschelijk lichaam uit de lichamen van lagere dieren, ook zijn geest een dergelijke evolutie moet hebben doorloopen, trapsgewijze opstijgende uit wellicht enkel gewaarwording tot het betrekkelijk hooge peil van verstand, dat op het oogenblik de beschaafde volken hebben bereikt. En zooals wij weten, dat bij de ontwikkeling van het lichaam veel soorten van lagere dieren zij aan zij met de hoogere van onzen eigen tijd zijn blijven leven, zoo mogen wij bij de ontwikkeling van den geest aannemen, dat vele der bestaande menschelijke rassen bij ons zijn achtergebleven, en dat hun onderscheiden graden van geestelijke ontwikkeling verschillende graden vertegenwoordigen van vertraging in het proces van evolutie, verschillende rustplaatsen in den opwaartschen gang der menschheid. Ik zeg: den opwaartschen gang, omdat wij goeden grond