Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lukkige tijden. „Wilt gij een schoone omgeving voor twee ge» lukkige gelieven?" schrijft Liszt aan Ronchaud, Jcies dan de oevers van het Comomeer: Hier, onder het aetherblauw van' een omgeving waar alles liefde uitademt, zet de borst zich uit en alle zinnen openen zich voor de heerlijkheid van het bestaan". Onder de platanen van de villa Melzi lezen Liszt en Marie samen Dante's Divina Commedia. In verrukking over een schoone zons* ondergang roept Liszt den artiesten toe of hun werken naast de schoonheid van deze stralen inderdaad onsterfelijk zijn! Hier in Bellagio wordt Liszt's tweede dochtertje Cosima gebo* ren, dat zeer veel op den vader gelijkt. In deze teruggetrok* kenheid componeert Liszt veel: de 12 „Etudes d'exécution transcendante", aan Czerny „door zijn dankbaren leerling" op* gedragen, en waarin zes der vroegere van 1826 zijn verwerkt, de Dante*Sonate, de Hugenoten*lantasie, het lievelingsstuk van Marie d'Agoult en de beroemde „Galop chromatique", het lie* velingsstuk van Liszt's caricaturisten.

Februari 1838 gaat Liszt naar Milaan en geeft er concerten. Het was noodig geworden voor inkomsten te zorgen. Marie kon geen afstand doen van een gewende luxe. Volgens Liszt's berekeningen beliepen haar uitgaven soms 200.000 francs per jaar. Marie's gebrek aan spaarzaamheid wordt een twistpunt tusschen beiden; Liszt moet het verwijt hooren, dat hij haar niet kon onderhouden en dat hij bovendien aan liefdadige doel* einden zijn werkkracht en zijn geld weggaf. Liszt geeft in Mi* laan drie „Academia's", zooals de oude naam voor concert nog sedert den tijd van Mozart luidde. Doch het publiek wordt woedend als Liszt zijn etudes speelt. Een heer uit de parterre roept: „Ik kom niet in den schouwburg om mij vingeroefenin* gen te laten voorspelen!" Liszt lanceert daarom zijn oude idee het publiek zelf zijn thema's te laten kiezen, waarop hij zal im* proviseeren en tot algemeen vermaak wordt hij voor opgaven gesteld als „de Dom van Milaan", de noviteit van den dag: de spoorweg, en zelfs voor een strikvraag: „Is het beter te trou* wen of jonggezel te blijven?" Op dit laatste antwoordt Liszt niet in muziek, maar staat op en zegt door den mond van een wijze: „Welk besluit men ook neemt, of men trouwt of on* getrouwd blijft, zeker zal men het moeten berouwen". Hierop verlaat Liszt met Marie Milaan, dat een „Salonamuseur" van hem wil maken en waar hij alleen bij Rossini een interessant milieu heeft gevonden als invité op diens muzikale avonden, waaraan Liszt's „Soirees de Rossini" hun ontstaan danken.

Zij komen te Venetië aan, Liszt gééft er twee concerten en schrijft er zijn reisbrief aan Heine, waarin hij repliceert op de boosaardigheid, die deze zich over Liszt's „Dada's uit de

76

Sluiten