Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i XXIII. DE RENAISSANCE IN FRANKRIJK. j

1 lH&&&»dlN FRANKRIJK- DAT BEWOOND WORDT DOOR VERSCHILLENDE RASSEN, Galliërs, Franken en Romeinen, heeft vooral in 't Zuiden steeds de Romeinsche bouwkunst in^|||§y|[ vloed uitgeoefend; zeer duidelijk in het Romaansche tijdvak, en ook aantoonbaar tijdens de tïÏlPïjËl Gothiek, die tot en met de 15e eeuw en langer nog zich gelden deed. En hoewel de Fransche jrYH^ff j| Rcnaissance zich onmiddellijk aansluit bij de Italiaansche, werken Gothiek en Renaissance bij Fig. 654,656. voortduring sterk op elkaar in, waarbij slechts langzaam aan de laatste kunstrichting de overhand verkrijgt. Fig. 657.

De eerste uitingen in Renaissance-richting zijn merkbaar na 1495. In 1494 maakt Karei VIII een krijgstocht naar Italië; Napels wordt in 1495 genomen. En in 1499 volgt de tocht van Lodewijk XII naar het land, waar de bouwkunst in geheel andere richting zich ontwikkeld had dan in Frankrijk, en die niet naliet diepen indruk op de Fransche koningen en hun gevolg te maken. Laatstgenoemde vorst begon met Italiaansche kunstenaars naar Frankrijk te roepen, o. a. Fra Giocondo en Domenico, terwijl naderhand, onder zijn opvolgers talrijke beroemde kunstenaars uit Italië tijdelijk in Frankrijk verblijf hielden, o. a. Serlio, Da Vinei, Primaticio, en vele anderen. Bovendien waren niet alleen de bouwmeesters aanvankelijk Italianen, maar ze brachten ook Italiaansche werklieden mede. Het eigenaardige Vroeg-Fransche Renaissance karakter ontstaat door de hulp van Fransche werklieden, die de Italianen genoodzaakt waren te aanvaarden, en die nog geheel Gothisch waren opgevoed.

Vooral onder de regeering van Frans !, die in 1515 aan de regeering komt, kon de Renaissance in Frankrijk, onder diens hooge bescherming, zich ontwikkelen. Met zijn regeering rekent men dan ook de Vroeg-FranscheRenaissance periode te beginnen. De Renaissance in Frankrijk blijft echter het volk in den beginne vreemd, wordt alleen door het hof geprotegeerd; adel en hooge geestelijkheid volgden het voorbeeld van de oppermachtige, toonaangevende vorsten.

Tengevolge van de persoonlijke inmenging van de regeerende vorsten op gebied van bouwkunst, krijgt in Frankrijk iedere koning zijn stijlperiode; natuurlijk veranderde een stijl niet plotseling bij het sterven van een vorst, doch geschiedde de verandering geleidelijk. Ook trad af en toe een stilstand in de ontwikkeling der Fransche Renaissance in, als de koningen, b.v. door godsdiensttwisten, als onder Karei IX en Hendrik III, niet in staat waren zich in 't bijzonder voor de bouwkunst te interesseeren.

Zeer weinig invloed hadden op het karakter van den nieuwen bouwstijl de verschillende landstreken, bewoond door verschillende rassen. Wel deden in Noord-Frankrijk de Gothische invloeden zich langer gelden, de Italiaansche daarentegen in het Zuiden vroeger, doch van verschillende scholen, zooals in Italië in de verschillende groote steden, met kenmerkende verschillen in stijl, was geen sprake: in geheel Frankrijk droeg de VroegFransche Renaissance eenzelfde karakter, dat eerst onder Hendrik IV, maar weer in geheel Frankrijk, veranderde.

De regeeringsduur van de achtereenvolgende koningen tijdens de Renaissance was als volgt. Lodewijk XII (1498-1515), Frans I (1515-1547), Hendrik II (1547-1559), Frans II (1559-1560), Karei IX (1560-1574), Hendrik III (1574—1589), Hendrik IV (1589-1610), en Lodewijk XIII (1610-1643).

De Vroeg-Renaissance valt samen met de regeering van beide eerste koningen, de Hoog-Renaissance duurt van Hendrik II tot en met Hendrik IV; onder Lodewijk XIII krijgen we de Laat-Renaissance en den overgang naar den Barokstijl, die volledig de bouwkunst beheerscht vanaf Lodewijk XIV.

2. De VROEG-FRANSCHE RENAISSANCE (stijl Frans I) (1495-1545).

Ze onderscheidt zich van de Italiaansche. doordat ze minder monumentaal, daarentegen schilderachtiger, meer afwisselend en in 't algemeen rijker is. Spreekt in Italië de stijl door

Sluiten