Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

606

DE RENAISSANCE IN FRANKRIJK.

brengen, werden de vensteromlijstingen der verdiepingen met elkaar in verband gebracht, waardoor de vertikale richting weer meer sprak. Naderhand omlijstte men de vensters bij voorkeur met blokken natuursteen, inplaats van pilasters. -

De vensteropening zelf bleef, Fig. 659. 3. ook bij rechthoekige omlijsting, eenkruis venster .waarvan soms de middenpost rijk georneerd was, bv. als kandelaber schacht, herm of karyatide.

Balastraden boven de gootlijst waren regel bij rijkere kasteelen, zooals Blois. Fig. 664.

De daken waren hoog en steil; hier ligt dus de groote Fig. 654. tegenstelling met de Italiaansche paleizen, waar het dak vlak was, of onzichtbaar achter de zware breede kroonlijst.

Voor de Fransche daken bleef de nok evenwijdig aan den gevel, en het dakvlak aldus geheel in 't gezicht, en niet, zooals in Nederland en Duitschland in het zelfde tijdperk aan het oog onttrokken door top- of

trapgevels. De nok zelf wordt weer volgens Gothische traditie versierd.

De lucarnen of dakvensters waren echter, evenals de uiterst rijk opgevatte hooge schoorsteenen de motieven, waarmede het groote dakvlak werd gebroken. Deze dakvensters werden Fig. 654. bovendien met de vensters van de verdiepingen samengetrokken tot één travée; hierdoor kon ook de kroonlijst ten opzichte van den gevel niet dezelfde waarde behouden als in Italië. Fig. 664.

Torens werden met voorliefde en veel toegepast. Afgedekt door kegel- of tentdaken, verlevendigen ze buitengewoon als hoektorens, erkertorens, lantaarns boven trappentorens. en Fig. 669.

Fig. 654. Trappenhuis te Blois. (Stijl Lodewijk XII). (Naar Haupt).

Sluiten