Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NEO-ROMAANSCH, NEO-GOTHIEK, NEO-RENAISSANCE, MODERNE BOUWKUNST.

923

en te Groningen het Neo-Gothische station, van den in 1907 gestorven bouwmeester J. Gosschalk.

ENGELAND.

De Gothiek, die in Engeland ook gedurende het klassicistische tijdvak voorstanders had, begint meer en meer veld te winnen. Was het aanvankelijk de Laat-Gothische perpendiculaire stijl, die de meeste toepassing vond, reeds spoedig keerden de bouwmeesters terug naar de vroege Gothiek, om vervolgens weer te vervallen in de Renaissance.

A. Pugin (•+/ 1832), van oorsprong Franschman, schreef werken over bestaande oude monu menten, en propageerde de Gothiek. De interieurs en de meubileering van het Parlementsgebouw zijn grootendeels van hem afkomstig. Pugins zoon. Auguste Welby (1813—1852) was eveneens schrijver, en bouwde o. a. een NeoGothische kerk in Fulham, bij Londen.'

Nog een tweetal andere Engelsche schrijvers hebben, ook op het vaste land, grooten invloed uitgeoefend door de in hun werken vastgelegde princiepen over aesthetica, ambachtelijke zuiver- i heid, rationalisme, n.1. John Ruskin (1819— i

1900) en Will iam Morris (1834—1

Fig. 1042. Ingang gebouw Rijnstroom, Amsterdam. £

— , u — - - ...yc.y ytuwuw ivijusliuuxii, «msteraam. i

1900) en William Morris (1834—1896). 1 i«'iijti>iin>» mi hu. n.i. !

Vooral het land- en woonhuis werd door hun streven toonaangevend. De welvarende middenstand in En'geland heeft een uitgesproken gevoel voor degelijkheid en gezellige huiselijkheid, terwijl bij de architecten het streven naar eenvoudige aanpassing aan de behoeften van den opdrachtgever tot uiting komt. Als oudste en kenmerkend voorbeeld kan gelden de door Philipp Webb in Bexley Heath (Kent) gebouwde woning voor Morris, bekend als „het roode huis", waarbij ook inwendig het gebruikte materiaal baksteen in zicht blijft.

Ongemeen groot is het aantal nieuw gebouwde kerken, bij den bouw waarvan twee richtingen op den voorgrond treden, de Katholieke en de Staatskerk, en de Protestantsche en Secte kerken. Voor de Katholieke kerken werd bij voorkeur de Gothische stijl toegepast; ze zijn georiënteerd, met als hoofdmoment het altaar, terwijl de kansel als bijkomende noodzakelijkheid wordt beschouwd. Het koor is van de kerk gescheiden; galerijen ontbreken meest, en steeds is een klokketoren aanwezig. Bij de Protestantsche kerken, die niet georiënteerd zijn, ontbreekt het altaar, maar vormt de kansel het hoofdmoment, waaromheen de zitplaatsen zijn gerangschikt. Galerijen werden aangebracht om plaats te winnen, terwijl bij het kerkgebouw een aantal andere gebouwen aansluiten, en een toren niet steeds gebouwd werd. Vaak ook ontbreekt het koorgedeelte.

OVERZICHT DER MONUMENTEN.

Sir Jeffrey Wyatville (1760-1810) restaureert in Gothischen stijl Windsor-Castlé en BelvoirCastle; voor den Hertog van Meiningen bouwt hij in Duitschland het Slot Altenstein.

In Londen werkt Sir Charles Eavty (1795-1860), die in Italië en Griekenland reist.

Sluiten