Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komt op ongewone tijden naar boven, wordt tenslotte een kwelling en beheerscht het geheele denken. De menschen klagen dan voortdurend over honger en trachten zich op alle manieren voedsel te verschaffen."

In aansluiting daaraan, deelde prof. Rubner mede, dat de lichaamszwakte toeneemt en dat de dood in vele gevallen onvermijdelijk was. Tevens verklaarde Rubner, dat op grond zijner waarnemingen in Pruisen de rantsoeneering ontoereikend is en dat menschen, die reeds tevoren aan lichaamsgewicht hadden verloren, veel ernstiger lijden dan anderen. De ongunstige invloed van de slechte voeding kan bij menschen, die in verband met hun beroep veel spierarbeid verrichten, grootendèels worden ondervangen door hun arbeid te beperken. Bij vrouwen komt de uitwerking der' ondervoeding meestal eerst later aan den dag, doordat zij over het algemeen geringer in gewicht en rijker aan vet zijn dan de mannen. Bij ziekelijke menschen en kinderen met een zwakke constitutie schijnt, volgens Rubner, vaak een vertraging in de genezing' en een overgang van een ziekelijke gesteldheid in een werkelijken ziektetoestand in te treden. Bij een groot deel der beambten en menschen met een vast inkomen, alsook bij degenen die intellectueel werk doen, komen vaak lichaamszwakte en een vermindering van het prestatievermogen voor. Rubner zegt dan: „Bij de in het vrije verkeer levende ziekelijke menschen en personen met slechte constitutie in den ouderdom van 20 tot ongeveer 60 jaar hebben ziekten (vooral tuberculose, ziekten der ademhalings- en stofwisselingsorganen, longontsteking, darminfectie, zenuwlijden) vaker een doodelyken afloop dan anders. De sterfte van personen boven de 50 jaar is aanzienlijk gestegen. Dit is of het gevolg van de onvoldoende voeding, of van de daardoor veroorzaakte hoogere ziektecijfers, of van het verminderde weerstandsvermogen bij uitgebroken ziekten.

De in gestichten levende volwassenen en ook de kinderen in de provinciale inrichtingen voor opvoeding hebben voor een deel zeer zwaar te lijden en dat zoowel de gezonden als de zwakken en zieken. De waterzucht en de dood bij andere, niet specifieke ziekten zijn zeer vaak het gevolg van de oorlogsvoeding.

De sterfte tengevolge van tuberculose is zeer sterk gestegen. Het aantal nieuwe tuberculose-gevallen neemt eveneens belangrijk

Sluiten