is toegevoegd aan uw favorieten.

Holberg en Holland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staande mannen als Erasmus en Holberg is echter, dat zij aan dergelijke ideeën een vorm weten te geven, die ze voor verbreiding geschikt maakt, en dat zij zo hun invloed in brede kringen kunnen doen gelden. Voor Erasmus was dit vooral mogelijk door middel van het Latijn, daar in zijn tijd de landstaal nog zelden voor een dergelijk doel gebruikt werd; daardoor was zijn betekenis in de eerste plaats internationaal, maar zijn invloed bleef ook slechts tot bepaalde kringen beperkt. Holberg sprak gewoonlijk tot zijn eigen volk, in de landstaal; zijn betekenis was allereerst nationaal, maar zijn ideeën konden meer lagen van het volk bereiken. De titel „De Deense Erasmus” zou daarom m.i. beter voor Holberg gepast hebben dan de titel „de Erasmus van zijn tijd”.

Men kan zich afvragen, in hoeverre Erasmus’ geschriften voor Holberg van betekenis zijn geweest. Holberg noemt Erasmus verscheidene malen in zijn werken; hij schrijft over „Laus Stultitiae” (Ep. 157, Verz. v. Br. II, 76) waarvoor hij veel lof heeft, en over Erasmus’ verklaringen van de Heilige Schrift; herhaaldelijk spreekt hij zijn grote bewondering voor Erasmus uit (zie b.v. Ep. 302, Verz. v. Br. IV, 3, en zijn Eerste Levensbrief). In zijn „Almindelige Kirke-Historie”, die ongeveer tot de Hervorming gaat, noemt hij naar aanleiding hiervan Erasmus even; hij is van oordeel, dat Erasmus de Kerk trouw bleef „wegens zijn natuurlijke vreesachtigheid en zijn armoede”, en vraagt zich af, waarom de evangelische vorsten hem geen jaargeld aanboden om hem zo voor zich te winnen. Hier is zijn oordeel over Erasmus dus veel minder gunstig en meer beperkt, wat stellig gedeeltelijk aan de geest van zijn tijd moet worden toegeschreven. In hetzelfde verband noemt hij even Erasmus’ strijdschrift tegen Luther, „De Libero Arbitrio”.

Het is niet ondenkbaar, dat de „Laus Stultitiae” enige

geweest zyn, kan ik niet zeggen. Maar hiervan ben ik verzekert; dat ik altyd getracht heb, Hem te behagen, en uit hoofde van dezen mynen goeden wil hope ik, dat ik genade by Hem zal vinden” (zie ook Holbergs blijspel „Philosophus udi egen Indbildning” III, 1). Het vraagstuk wordt door Dr. AüG. Peterson diepgaand besproken in zijn artikel „Den Sokratiske Holberg” in Tilskueren, August 1935.

1) Zie zijn levensbeschrijving, Epistler, Moralske Tanker, Heltehistorier, Almindelig Kirke-Historie, Komedier, Peder Paars, Critiqve over Peder Paars.