is toegevoegd aan je favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook om ergens achter te komen — het is toch heel anders." Hij staat even stil aan de deur van de slaapkamer, eer hij naar binnen gaat. Anne-Cris loopt daar heen en weer, of ze pijn heeft: haar stappen komen naderbij en vervagen en naderen opnieuw, regelmatig en rusteloos. Taco moet zich vermannen om naar binnen te gaan. De deurscharnieren piepen een beetje, wat schuw kijkt hij de kamer in. Anne-Cris loopt juist in de richting van het raam, ze hoort iets achter zich, en houdt haar stap in — maar ze kijkt niet dadelijk om. „Anne-Cris?", zegt hij zacht. „Dag!", ze wacht nog even, dan keert ze hem haar gezicht toe. Hij onthutst nog al, dit is niet het gezicht dat voor hem bestemd is, waar ze hem mee opwacht aan tafel en tegemoet loopt in de gang. Het is een in zichzelf verzonken armtierig gezicht met diep-neergetrokken mondhoeken en kleingenepen oogen. „Je bent vroeg", ook dat klinkt vreemd, het klinkt of ze achter haar hand uit praat, maar dat is toch niet zoo. Haar handen hangen slap naar omlaag. „Ja, ik ben wat vroeger", zegt hij gewild-opgeruimd, „expres voor jou." Hij denkt: „Ik verbeeld het me misschien dat ze er zoo ellendig uitziet. Ze heeft het hier ook al schemerig gemaakt." Hij komt dicht bij haar. „Was je niet erg in orde?" „Och, zoo'n beetje", zegt ze afwerend, ze is opvallend heesch. Zacht legt hij zijn hand op haar schouder, zoo zacht mogelijk. „We laten dokter Meeg 's komen." „Née", ze beweegt haar schouder of er wat onaangenaams mee gebeurt. „Daar is het weer", valt hem op. Hij neemt zijn hand weg. „Waarom zoo kortweg — née?", vraagt hij ronduit. Hij schuift de overgordijnen opzij en trekt de buiten-