is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige brieven aan een vriend te Jeruzalem

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenheid te onderteekenen. Kan dit misverstand worden opgeheven, dan waren ze een groote stap vooruit. Ik vrees dat de Kuyper-ophobie ('t woord is splinternieuw, ik lees het heden voor 't eerst in de Standaard en is uit Zeist afkomstig) aan velen parten speelt. Anderen worden weerhouden door bezwaren tegen sommige artikelen b.v. art. of verkeeren in de meening, dat onderteekening van de formulieren gelijk staat met onderteekening van iedere gedachte of stelling of dogmatische ontwikkeling van de Heraut. Maar ik geloof dat dit alles grootendeels op misverstand berust. Hoe voortreft'elijk een geleerde en machtige geest Dr. Kuyper ook wezen moge, onze meester is hij niet. Dat is Christus alleen. Door oprecht op den bodem der formulieren te staan zijn wij in staat ook de afwijkingen en uitwassen der rechterzijde te weerstaan en tegen te gaan. Wij hebben dan waarlijk een standpunt, en al het geroep van „moderne orthodoxie" deert ons niets, zoo wij maar eerlijk voor het aangezicht Gods en der menschen de leer der Gereformeerde Kerk, gel ijk die in de Belijdenisschriften is uitgedrukt, prediken en daartegen strijdende dwalingen uit Gods Woord tegenspreken en wederleggen.

Het eenige wat de predikanten moeten opofferen is hun individualisme in de leer. Zij zijn voor den inhoud hunner prediking dan niet slechts verantwoordelijk voor hun eigen geweten, maar ook voor de kerk, die hun de bediening des Woords toevertrouwde en onder wier opzicht en tucht zij arbeiden. Dit is het hart van de gansche kwestie.

Zoolang dit echter niet wordt ingezien, en de predikanten weigeren zich zeiven te verloochenen en gehoorzaam te worden aan de eerste beginselen van gezond kerkelijk leven, zal de verwarring niet ophouden. Het blijft dan, op het gebied der Ned. Herv. Kerk, eene worsteling van de meest tegenstrijdige meeningen. Van het platste naturalisme af tot de naarste uitingen van de ultra-orthodoxie, met tal van tusschen richtingen, zal het, evenals bij de staatkundige partijen in den Staat, een worstelen blijven om de eerste te zijn.

Zelfs in den bloeienden kerkstaat van Amsterdam is nauwelijks de kleinste helft der predikanten genegen de formulieren van eenheid te onderteekenen. En het is de vraag nog zeer, of zelfs dit twaalftal bereid zal gevonden worden tot eene breuk