Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ver in de Kaapkolonie. Burgers was de moderne richting toegedaan en werd deswegen in 18(>4 door de Synode uit zijn ambt ontzet. De wereldlijke rechter handhaafde hem evenwel, wat groote opschudding teweegbracht. Door zijn vijanden als ketter uitgekreten, door zijn vrienden daarentegen vergood, onderscheidde hij zich door een schitterende'welsprekendheid en zeer bevallige manieren. Die welsprekendheid had hem op zijn rondreis door de Republiek gedurende de verkiezingsdagen vele vrienden bezorgd. Daarbij kwam, dat Jan Hendrik Brand hem aanbevolen had. »Ziet dan, waarde landgenoten," had deze gezegd, »onder biddend opzien naar den rechten man uit — een geboren Afrikaner van de noodige kennis, bekwaamheid en levenskracht, die zijn krachten aan een staat, welke zooveel rijke hulpbronnen bevat, kan en wil toewijden!" Wel hadden Paul Kruger en Du Plessis met alle macht zijn verkiezing tegengewerkt, wel had de gereformeerde domine Lion Cachet in Kaapsche en Transvaalsche nieuwsbladen sterk tegen hem

geageerd, en zelfs hadden Kruger en Joubert gedreigd het land te verlaten. Maar met dat al kwam Burgers' naam zegevierend uit de stembus; bij de drie duizend stemmen waren op hem uitgebracht. Dat had hij vooral te danken aan het feit, dat hij geen geschikt candidaat tegenover zich had; maar vooral aan zijn schitterende welsprekendheid, waarmede hij de burgers in vervoering wist te brengen. Het volk was machteloos, hij daarentegen

vol moed. Het papieren F Ljon Cachct

geld zou hij dadelijk tegen

goud inwisselen, spiegelde hij den Boeren voor. Hij zou een leening tot stand brengen, bruggen over de rivieren slaan, publieke wegen voor het transport aanleggen, het rechtswezen verbeteren. Kantoren zou hij zuiveren, degelijke ambtenaren aanstellen, scholen stichten met uitstekende onderwijzers, fabrieken oprichten, nieuwe bronnen van welvaart openen, grenskwesties regelen, handelsbetrekkingen aanknoopen