Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

systeem werd echter door Minkowski 58) en weldra ook door J. de Meyer 59). uiteengerafeld.

Aldus blijft de zgn. „pancreasdiabetes", nog juister, de zgn. experimenteele pancreasdiabetes, nog steeds vragen om een betere verklaring. Dat het pancreas door middel van zijn hormonen invloed heeft op de suikerstofwisseling is niet onwaarschijnlijk. In hoeverre dit plaats heeft en onder welke voorwaarden is moeilijk op te lossen. De kwestie is er ook niet gemakkelijker op geworden sinds men tot de erkenning kwam, dat er in zeker opzicht waarschijnlijk ook betrekkingen bestaan teil opzichte van deze gewichtige stofwisseling met andere endocrine klieren 60).

Lawinen van literatuur omtrent diabetes en pancreaslijden hebben tot op dezen dag in overduidelijke wijze onze gebrekkige kennis aangaande deze onderwerpen, al of niet verbonden, aangetoond. Mij dunkt, Kolisch's meening in zijn jongste (1918) en nog al polemisch werkje „Und die ursprüngliche altere Anschauung, dasz der Diabetes in einer ganzen Reihe von Organen seinen Sitz haben könne, besteht auch nach der Entdeckung des Pankreasdiabetes vollstandig zu Recht" zal geleidelijk aan meer ingang weer vinden. Zoo had ook een der beste pancreaskenners, Oser, 62) reeds in 1899 stelling genomen met de klare, scherpe conclusies „Alles spricht dafür, dass es verschiedene Ursachen des Diabetes gibt; Eine dieser Ursaclien ist gelegen in Erkrankungen des Pankreas." Lijnrecht staat hier met velen tegenover C. von Noorden 63). In den loop der jaren heeft deze in tweeërlei opzicht zijn meening aanzienlijk gewijzigd. Allereerst moest hij de oude hypothese eener afgenomen suikerontleding als het wezenlijke van een diabetes verwisselen voor de nieuwe, welke een vermeerderde suikervorming aanneemt, en ten tweede heeft hij ten slotte gemeend de oorzaak van de diabetes uitsluitend en alleen in het pancreas te moeten zoeken; de laatste druk (1917) van zijn werk over de suikerziekte is daarvan een doorloopend bewijs.

Diabetes — Inselleiden decreteert hij daar kort en bondig en in het Zentralkomitee f. d. arztliche Fortbildungswesen in Preussen, Berlin 27 Mai—27 Juni 1918 64) herhaalt en vult hij aan met grooten nadruk:

Sluiten