Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gerlach kende dus ook die oogenblikken van geestelijke „dronckenheit", die als hoogste voorrecht golden bij de mystieken. Acquoy wijst ook hierin op het gezonde in zijn geestelijk leven. Waar andere devoten zich in geestesvervoering werkelijk van de aarde opgetogen, ja zelfs door de lucht gevoerd dachten, oefende zijn rede in zooverre critiek over zijn fantasie, dat hij geen werkelijkheid en inbeelding verwarde 1).

In het Chron. Wind. lezen we van hem „pedibus terram calcans, in caelestibus mente inhabitans". Zijn geestelijke vervoering is te vergelijken bij die van Thomas a Kempis, die somtijds onder zijne gebeden en den kerkdienst scheen te willen vliegen. Zijn meer gezonde zin blijkt ook uit een zeer bekende, vaak verkeerd opgevatte plaats uit het Chronicon: „nihilominus tarnen ab extra egregie manducavit tamquam suam devotionem inhianter quaereret in scutella, in multis expertus, quod corpore per abstinentiam singularem debilitato, et ita hoe modo capite discratiato, spiritus omnino ab interiori contemplatione impeditur".

In alles zocht hij God, in de dingen, die hem omringden, in omstandigheden, verhoudingen, en vooral in personen, die hij ontmoette. Zoo zien we hem door de wereld gaan, zijn oog latende weiden

i) De meest wonderlijke verhalen van „geestelijke dronckenheit" zijn ons overgeleverd: van een broeder, die op wandelingen, in gebed verzonken, vaak een „cubitus hoech werd op verheven, ende also wert hi doer die lucht ghevoert", van een non die „menich jaer lanc opten pinxterdach, as men in den choer sanc die ymmen „veni creator spiritus", opverheven wert een cubitus hoech, ende so bleef si verheven thent die ymnen al uut was."

Sluiten