is toegevoegd aan je favorieten.

Nieuwe wegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwam, terwijl de broeder vader Mencke zat voor te lezen uit het Nieuwe Testament, had het hooren van die vroeger uit moeders mond zoo vaak vernomen parabels weemoedige jeugd-herinneringen gewekt, waaraan ze zich met 'n zeker smartelijk behagen overgaf. Ze kon nu 's avonds in bed, voordat de slaap kwam, dikwijls liggen mijmeren over God en godsdienst, over het leven hiernamaals .. . totdat het angstzweet haar uitbrak, zoo verwarde ze zich in de schrikbeelden, die haar fantasie haar opdrong van hel en verdoemnis en de rechtvaardige oordeelen Gods. Ze besefte dan vrees-wekkend helder, hoezeer ze haar eigen godsdienstig leven en dat van haar gezin had verwaarloosd uit louter laksheid, maakte heilige voornemens om het te kort te herstellen ... Ze sprak er ook over met dominé Zylma, die vrij geregeld vader Mencke kwam bezoeken en ja, ze moest het beamen, toen de waardige man zei, dat 'n leven zonder godsdienst 'n leeg leven was ... Hoe was het mogelijk, dat ze dit niet eerder had ingezien, dit niet eerder begrepen, als de eigenlijke reden van haar onvoldaanheid soms ... Want wortelde de ware tevredenheid niet in God, dien ze zoo schandelijk had verwaarloosd ... ?

Ze was ook weer 'ns op 'n Zondag naar de kerk gegaan, maar de dienst was haar nog al lang gevallen en, vervelend, de menschen hadden haar aangekeken, toen ze er binnen kwam, verbaasd dacht ze. Thuis daarna hadden ze grapjes gemaakt over haar plotse braafheid, Jacob en Suus voornamelijk, totdat ze er boos om was geworden. En nu, onder deze omstandigheden, beschouwde zij het als 'n goedmaken van haar vele verzuimenissen, wanneer ze 'n geloovig tintje kon geven aan de gesprekken over haar overleden vader en het verheugde haar, wanneer anderen in den zelfden toon daarop ingingen; de meesten vonden het trouwens bizonder gepast om eenige vrome gedachten te ontwikkelen, die wel niet precies nieuw of diepzinnig waren, maar Henriet toch meer dan iets vermochten te troosten. Van 'n werkelijke, grievende droefheid was overigens bij de kinderen Leyter geen sprake. Soms was er wel even 'n schrijning, wanneer ze aan den dooden grootvader dachten, zich z'n goedhartigheden herinnerden ; soms voelden ze wel, dat iets lief-vertrouwds