is toegevoegd aan je favorieten.

Leerboek der plantkunde voor Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Polygonaceeën.

De vertegenwoordigers van deze familie hebben een regelmatig, drie- tot zestallig, dikwijls vijftallig bloemdek, dat bij de meeste soorten bloemkroonachtig gekleurd is. Het aantal meel¬

draden wisselt af van 6 tot 9. Het vruchtbeginsel is bovenstandig met één eitje. De vrucht is een dopvrucht, die bij vele soorten driekantig is en dikwijls in het blijvende bloemdek is ingesloten. Het zijn meest

kruidachtige planten, soms heesters of houtige klimplanten, met verspreide bladeren, meest met stengelomvattenden voet.

De Polygonaceeën vormen een kleine familie waarvan de meeste vertegenwoordigers in de gematigde luchtstreken voorkomen.

Vermelding verdienen de volgende soorten: De Roode Bruidstranen

die reeds besproken zijn

Op bl. 18 en afgebeeld Fig. 316. Polygonnm perfoliatum.

op Plaat VII, Fig. 6.

Het geslacht Polygonum, kruidachtige, soms min of meer klimmende planten waarvan sommige soorten op moerassige plaatsen in het laagland en andere soorten, o. a. de sierlijke Polygonum corymbosum en de met stekels klimmende Polygonnm perfoliatum (Fig. 316) in het gebergte voorkomen.

De Rhabarber (Rheum), die uit China afkomstig is en hier in

het gebergte af en toe als groente wordt gekweekt. Het Chineesche gras (Mühlenbeckia platyclada) met platte, groene,