is toegevoegd aan je favorieten.

Walcheren in de vijftiende eeuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de „bierwerckeren tot airnemuden" van 1456 ') is van dezelfde strekking, daar toch niemand op Arnemuiden in dit bedrijf werkzaam mocht zijn „hij en sal poirter wesen in middelburgh, ende wonen opter stede dijck, ende bynnen der stede asseycen". Het „voorbod" van 1482 2) was rechtstreeks tegen den mogelijk zich ontwikkelenden handel van Arnemuiden gericht; het bepaalde toch, dat in deze plaats geen „craengoet of coopmansgoet" mocht worden opgeslagen, „ende voort dat alle de ghene die wonen op arnemuyden, zullen gehouden zijn alle huere goeden ende coopmanscepen te bringen binnen middelburgh omme die dair in huysen te leggen ende te wegen". Wèl strekte een dergelijke ordonnantie „tot nutscap, oirboir ende proufïijt van der voirscr. stadt van middelburgh"!

Door zulke vexatoire maatregelen hield dus Middelburg zich de baan naar het Oosten vrij, en zorgde — zooveel maar mogelijk — de stad er voor, dat de baten van de bedrijvigheid op de Walchersche reê haar door derden niet werden weggeroofd. Dat het der stad werkelijk gelukt is, zich een belangrijk aandeel in het handelsverkeer te verzekeren, blijkt uit de regeling van de Middelburgsche makelaardij.

In de Middeleeuwsche stedelijke economie staat met het stapelrecht in nauwen samenhang het recht voor de vreemde kooplieden, het zoogenaamde gastenrecht. Was het eerste er op gericht, het verkeer in bepaalde middelpunten te concentreeren, het tweede streefde naar monopoliseering van de voordeelen van dit verkeer ten behoeve der inwonenden. Het beperkte het directe verkeer tusschen de vreemdelingen zooveel mogelijk, opdat een aanzienlijk aandeel in het handelsgewin den stedelingen bleef voorbehouden 3).

') Inv. de Stoppelaar, nr. 299. „Bierwercker", zie p. 147.

2) Inv. de Stoppelaar, nr. 507. De dateering van De Stoppelaar is onjuist.

3) Vgl. W. Vogel, Deutsche Seeschiffahrt I, p. 280. W. Stein, Beitrage zur Geschichte der deutschen Hanse bis um die Mitte des 15. Jahrhunderts. Giessen, 1900. p. 32, 68.