is toegevoegd aan je favorieten.

Walcheren in de vijftiende eeuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ende dat hi huut cochte bij ander makelaers, so soude die waerden hebben, dat sij sculdich waren te hebbene".

De gevonden uitweg is werkelijk merkwaardig. De vreemde koopman koos zich een ingezeten burger — beleefdelijk werd hij op leden der stadsregeering gewezen — tot waard, wien dan de baten van de makelaardij toevielen. In ruil daarvoor zou de bediening correct wezen: een makelaar zou, als vertegenwoordiger van den fictieven waard, den vreemdeling begeleiden, en hem in zijne zaken ter zijde staan, ofschoon hij aan dezen aangewezen helper niet gebonden was.

In het tweede geval handelde men op gelijke wijs: „Item, waert dat eenighe vrouwe, ons portighe, gasterie antieren of houden willen, die gasten souden oec eenen uuter wet kiesen toet eenen waerde omme hem te verantwoirdene; ende die vrouwe soude mede deelen (= aandeel hebben) an die makelaerdie".

De gewichtige positie, door de herberg-houders ingenomen in het stedelijk handelsleven, verklaart nu tevens de bepaling van onze ordonnantie, „dat nyement van buten, die gheen poirter is binnen der stede van myddelburgh, eenighe gasterye off herberghe antieren noch houden en sall, in gheenre manieren ')".

Mocht zoo het Middelburgsche makelaarswezen zich verheugen in de goede zorg der stadsregeering, ook het belang der „gasten" werd niet vergeten. De usance, die met meer of minder trouw ook nog door onze makelaars wordt nagevolgd, dat ze geen handel mogen drijven voor eigen rekening, — en waarin men een waarborg ziet voor onbaatzuchtige verzorging van de belangen hunner meesters, was ook reeds in het Middelburgsche statuut in formule gebracht: „Item, so en sall negheen man, die gasterye pleghet off antieren willen, eenighe coopmanscepe, beede in coopen ende in vercoopen, antieren, anders dan toet sinen gasten behouffte".

') Vgl. Reg- Ordonn. Vleeshouwers, f. 31r: „Item, nyement en moet makelare in middelborch wesen, hy en zy poorter in middelborch, up die boete van 10 £." a°. 1460.