is toegevoegd aan uw favorieten.

Serta romana

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

non quia vexari quemquamst iucunda voluptas, sed quibus ipse malis careas quia cernere suave est: 5 suave etiam belli eertamina magna tueri per carnpos instructa, tua sine parte pericli; sed nil dulcius est, bene quam munita tenere edita doctrina sapientum templa serena. despicere unde queas alios passimque videre 10 errare atque viam palantis quaerere vitae, certare ingenio, contendere nobilitate, noctes atque dies niti praestante labore,_ ad summas emergere opes rerumque potiri. o miseras hominum mentes, o pectora caeca! 15 qualibus in tenebris vitae quantisque periclis degitur hoe aevi quodcumquest! nonne videre nil aliud sibi naturam latrare, nisi utqui corpore seiunctus dolor absit, mensque fruatur

reeds dooi' Grieksche dichters, geeft Huygens aldus weder (Batava Tempe, 't Voorhout van 's-Gravenhage, Korenbï., deel III, pag. 50, Schied., Roel.): O! daer gaen ick . ... Lachen in eens anders sehrijen, Baden in eens'anders traen; Niet dat ick my soeck te blijden In mijn even-broèrs verdriet; Maer noch vindt hij vreughd in 't lijden, Die het sonder lijden s;et. — Geen hardvochtig egoïsme ligt aan dit gevoel ten grondslag, maar de tegenstelling maakt slechts opmerkzaam op hetgeen anders voorbijgezien wordt en verscherpt zoo den indruk: dus geeft niet het zien van anderer lijden genot, maar 't opmerken van eigen voorrecht. — 7, 8. Verbind: edita templa serena, munita doctrina sapientum. templa wordt door Lucr. zeer dikwijls in zijne oorspr. beteBkenis van ruimte, plaats (de door den augur met zijn lituus afgeperkte ruimte, waarin hij waarnemingen hield, vgl. zéfiveiv, xéfievos) gebezigd, bijv. caeli lucida templa, of alleen caeli templa, vgl. xefievoi aidegos, Aesch. Pers 365- hier zal men het in verband met bene munita kunnen nemen voor arx; zoo zegt Livius 1, 18, 6 enz. van Numa Pompilius: inde ab augure . . deductus in arcem . . rex . . prospectu in urbem agrumque capto .. de templo descendit; ook bij Lucr. zijn de templa de plaatsen, van waar men neerzien kan op enz. — 15. tenebris vitae i. e. tenebrae offusae vitae, zoodat men niet weet hoe men eigenlijk moet leven, zooals blijkt uit de volgende verzen. — 16. nonne videre seqq., de inf. zooals ook bij ons gebruikelijk is: niet te zien, met verontwaardiging en toorn gezegd voor: zien ze dan niet? of: welk eene dwaasheid niet te zien, dat enz. — 17. latrare: evenzoo gebruikte latrare Ennius, dien Lucretius in zijn taal dikwijls heeft nagevolgd: Festus: latrare Ennius pro poscere posuit. — utqui, evenzoo gevormd als at.qni, in welke woorden qui eené bevestigende kracht heeft, zooals 't Gr. tol in allo. toi, dus utqui een versterkt ut, vergel. Plaut. Asinar. 505: an ita tu's animata utqui expers matris imperiis sies? — 18. vgl. Cic. de Finn. I, 59: „Accedunt aegritudines, molestiae, maerores, qui exedunt animos conficiuntque curis, hominum non intellegentium, nihil dolendum esse animo, quod sit a dolore corporis praesenti futurove seiunctum." Bevreemdend is absit naast seiunctus.