Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

430 IV. Hoofdstuk

«. Zonder deze kracht Gods Wille af hangelyk en vrugteloos zyn.

fi. Deze kracht is eene Gode betaamende volmaaktheid, en die noodwendig uit zyne algenoegzaamheid voortvloeit.

V. Kunt gy nu de waarheid van het tweede lid der befchryving aantoonen, te weeten, dat God een geefl is, met oneindige Eigenfcbappen voorzien?

A. Ja wy.

V. Wat verftaat gy door Gods Eigenfchappen?

A. Dte volmaaktheden, door welken God zich zeiven aan ons, naar on-& zwakheidp bekent maakt, en van de Schepfelen verder onderfcheidt; — en die, allen te gelyk begreepen, in de H. Bladeren voorkomen onder den naam van zyne oneindigheid, of hoogfte volmaaktheid. —

V. Hoe is men gewoon de Goddelyke Eigenfcbappen te onderfcheiden ?

A. In eigentlyke en oneigentlyke, —- ia /oebenende en flellige, — in opzigtelyke en bnopzigtefyke, — in in- en uitwendige, —

door

Sluiten