Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 114 >

koomst fpelden ; en , wanneer die vrolijke gedachte een oogenbük bij mij post vatte , fchreide mijn oog traanen van Vaderlijk gevoel bij het aanzien van eene beminde Echtgenoote en zes onfcnuldige Kinderen, die, zonder iets tegen den Staat te heboen misdreeven, door het deelgenootfchap in mijn ongelukkig lot , mij dagelijks een zorgelijk uitzicht geeven , en mijn hart huppelde dien dag reeds vrolijk tegen, waar op ik den naam, de leer en de genade van onzen Heere jesus christus op nieuw aan eene mij hoogachtenoe Gemeente verkondigen , en een medewerker aan veeier zaligheid en blijdfchap worden zoude.

En, moet een Opziender (naar paulus les) een goed getuigenis hebben onder de geenen die buiten zijn, ook daar aan heeft het mij, door de Godlijke genade, in mijnen tegenfpoed niet ontbrooken. Ik fprcek niet van zoo Veele Leden mijner Gemeente, die in Staatkundige denkwijze van mij verfchillen, en die echter, te onvreden over mijne Remotie, hartelijk mijne Ilerftelling wenschten; maar ik dui f roemen (.in ootniofed) op de achting van zeer veelen uit andere Christen-genootfchappen, Roomsch en Onroomsch, die mij kennen, en (waarom zou ik het verheelen?) van Jooden zelve , die mijn lot betreuren , en gaarne. Rondt het in hun vermoogen , mijne weder-herltelling zouden willen helpen bevoordelen.

Zelfs hadt de Remonltrantfche Leeraar de goedk, binnen deeze Stad, de cordaatheid, om in zijn Zondagsblad , No. 4 , pag. 34- en 35, bij gelegenheid van een kort uittrckzel uit mijne onlangs uitgegeevene Brieven over f. g. me ij er, van mij te fchrijven: „ Staatkundige gevoelens veroorzaakten hec verlies „ van eenen Man voor den Kanzei en het Leeraar„ ambt, wiens bekwaamheid &c. — wiens kie.ch„ heid en oprechtheid misfchien de oorzaak van dit „ verlies waren, &c. — konde ik dan mijn leed wel „ onderdrukken, en moest ik niet hartelijk wenfehtn „ zodanige fchikking van omRandigheden , die hem, „ behoudens echter de tegenwoordige orde van zaa„ ken in ons Vaderland, aan zijn Ambt wedergaven? En zijn Eerw. voegt 'er in de aanteekening bij: „ waar toe deeze periode ? — mijn gevoel, mijn hart dicteerde mij dezelve, en wie nu nog verder

„ vraagt,

Sluiten