Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'< 125 >

vu'ipn , en niers te verzuimen , waar door alle beletzelen daar tegen, (falvd confcienti&~) zouden moogen opceheeven worden ; — daar ik teevens, als Echtgenoot en Vader , indispenfabel verpligt ben , om voor den welvaart van een onfchuldig Huisgezin , op eene eerlijke wijze, te zorgen; en daar ik, eindelijk, al het moogelijke verwagten mag van de broederlijke trouw deezer Eerw. Vergadering , waar van ik de eer heb een wettig Lid te weezen, zoo is

i. De eenige en waare reden , waarom ik deeze Deductie in handen Van U Eerw. flelle , om , aan den eenen kant, U Eerw. en de geheele Gemeente, die onder ons opzicht is, te overtuigen , dat geen gebrek aan liéfde voor de Gemeente , geene iosfe onverfchilligheid over de behouding van mijn Ampt, geene fchandelijke bijoogmerken , en zelfs geene belachelijke fcrupuleuiheid de oirzaaken zijn van mijne dienfteloosheid ; maar alleen eene zuivere oprechtheid van hart, om in geene plegtige daaden en beloften, met rijp overleg, en voor God en al het Volk verricht of afgelegd , te handelen met dubbelzinnigheid , en tegen het licht van mijn verftand en de overtuiging van mijne confcientie: — en, dat, de raak nu eenmaal ongelukkig uitgevallen zijnde, ik geene moeite ontzien, en geene geoorloofde middelen gefpaard heb, om , zoo wel den Raad der Gemeente , als het Provintiaal Befluur, te elucideeren op mijne waare intentie , en , zoo veel verzeekering te geeven , ter gerustftelb'ng van mijne onderwerping en Rilheid van gedrag, als men van een eerlijk man, op wiens woord en belofte men zal kunnen vertrouwen , kan begeeren; en dat ik dus al het doenlijke gedaan heb, cm, met eene onergerlijke confcientie, mijnen Euangeliedienst te kunnen hervatten , en , naar de maate der gaaven der genade , die mij gegeeven is , door de goedertierenheid mijnes Gods , 'en de oplegging van de handen des Ouderlingfchaps, het nut der Gemeente te helpen bevoorderen. — En, aan den anderen kant, om , op dien grond , aan deeze Eerw. Vergadering voor te Rellen beide het geen ik van dezelven naar mijn goed recht eifibe, en, naar broederlijkheid vcrlange.

3. Ja,

Sluiten