Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

93 HET GENEESKUNDIG

antitonden, voornaamlijk, wanneer de beiden duimen, op reedsgemelde wijze vereenigd werden, waarbij zij de hevigfte pijnen gevoeldennen de fterkfte trekkingen kree'gen, zij ons, dikwijls, met zigtbaaren angst, imeekten, te willen uitfcheiden; het welk, zij echter alles zeer gelaaten en bedaard doorwonden, zodra zij in den magnetifchen flaap geraakten; vervolgens, wanneer met magnetifeeren ophield,naamen zij hunne gewoone opgehelderdheid en verrukking wederom aan: — eene verrukking, een vergenoegen, ja! — als ik het zo noemen mag, eene zaligheid, waarmede niets te vergelijken was, en die zij vuuriglijk wenschten, dat nimmer mogt ophouden ! .

■ Wij naamen verfcheiden proeven, ten einde hunne oogen geopend te krijgen en de gefteldheid der oogappels te onderzoeken: dan, wij vonden een zo fterken tegenftand in de oogfpieren, en ook was het oog zo krampagtig in de hoogte opge-' trokken, dat wij niets van den appel te zien konden bekomen.

Eveneens bevestigden alle proefnemingen ons, dat, wanneer de'Patiënten uit hunne crifis ontwaakten, zij niets van deszelfs voorafgegaane omftandigheden wisten, en niets van al het geene dat zij, of met wie zij gefproken hadden, zig errinneren konden. Het ontwaken uit de crifis gefchiede telkens op het, door hen, voor verfcheiden dagen, reeds aangekondigde uur. Bij de eerfte Patiënt gingen eenigen, nu eens fterker, dan weder zwakker kramptrekkingen vooraf. Bij

de

Sluiten