Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 103 )

/fen en planten, die Hendrik uit den grond gerukt hadt , daar weder in te zetten., : waarbij hij, in eene bukkende houding, en met het hoofd tegen den muur itondt. Nauwlijks hadt zij dit ontdekt, of zij fluipt ftil naar hem toe; en floot hem van achteren zo hard voor over, dat hij met liet hoofd tegen de muur , en daardoor een groote buil in het hoofd, viel. Letje verhaalde deze onvoorzigtige daad, die veel erger hadt kunnen afbpen, onder een" luid gefchater. Emilie was er zeer bedroefd over; zij vatte haar broeder bij de hand, en de traanen kwamen in haare oogen, toen zij de buil-op zijn voorhoofd ontdekte.

Doet het u niet zeer lieve Karei ? vroeg zij. , kar. Wees maar ftil, lieve zuster, 't zal wel weder bedaaren.

lotj. Dat dacht ik ook wel: gij verftaat tocli gekfcheeren ? — O! ik ben wel veel harder geVallen. Weet gij nog wel, Hendrik, toen wij onlangs op den muur klommen en vader kwam, hoe ik toen van boven neer viel ? — Spreek, heb ik toen wel een zucht gegeven ?

h endr. Ja, ja, Vader zou het u ook wel be» taald gezet hebben, wanneer h'j er iets van ont, dekt hadt.

■ Intusfchen waren zij gezamenlijk naar het prieel gegaan; Emilie zag haaren broeder geduurig met G 4 me-

Sluiten