Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 107 )

ten bezoeken. Doch ook hiertoe gaf zij geen verlof, dan op een tijdftip, dat zij t'huis kon zijn, naardien zij hen niet alleen vertrouwde. —

De kinders fpeelden evenwel alleen in den tuin, zonder eenig opzigt?. — zo denkt gij welligt. Maar neen, hoewel zij meenden, dat zij alleen waren, zo hadt de voorzigtige en oplettende moeder hen altijd in 't oog gehad, naardien zij zich in een zeker tuinhuisje, waar zij niet gezien kon worden, hoewel zy alles kon waarnemen, fchuil gehouden hadt. Zij hadt van daar alles gezien ,' en zelfs alles gehoord, wat er voorgevallen Was. —- Meer dan eens hadt zij op het punt geftaan, om zich tc vertooncn, vooral toen zij Karei hoorde kermen: dan tot dus verre hsdt zij zich nog ingebonden.

Emilie en Karei waren ten uiterftcn verblijd , toen zij hunne moeder zagen; doch Hendrik eni Lotje feneenen door die komst eenigfins bedremmeld te zijn. Zij liepen heen en weder, en begonnen reeds eenige beweging te maaken om naar huis te gaan. —

„ En hoe hebt gij dan uwe Gasten onthaalt?" Vroeg de moeder, toen zij bij hen kwam? ,,zeer „ wel, Mevrouw, zeide Lotje, wij hebben ons „ bij uitftek vermaakt, het doet ons leed, dat

v wij

Sluiten