Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C MO

«raar de wijn hadt hem zo lekker gefmaakt, dat hij er gaarn nog meer van wilde hebben. Zijné moeder, die hij er om verzocht, weigerde hem dit, om dat te veel wijn nadeelig voor hem zijn z-;u. — Lodewijk hieldt nog al aan, maar 't mogt met baaten, hij woh er niet mede. — Wanneer gij ziek waart, dacht hij bij zich zelf, dan Zou

men het u niet weigeren. *

Den volgenden dag zag hij de vies met wijn flaan: begeerig, om er iets van te hebben, zag hij dezelve met een fchuïn oog aan, ging op een ftoel zitten, en voelde van tijd tot tijd naar zijn lijf. — Scheelt er wat aan? vroeg zijne moeder, meenende dat hij niet wel was. — Och ja! zegt hij i ik ben omtrend eveneens gefield als giste» renï misfchien als ik weer een paar droppeltjes

met wijn had, dat hét dan bedaarde De moe-

der gaf hem dezelve, en Lodewijk verheugde zich, van zo gelukkig in zijn oogmerk gedaagd te zijn,

en zijne moeder dus misleid te hebben. Zo

kan ik, dacht hij, in 't vervolg meermaalen doen, wanneer ik wat wijn wil hebben.

Omtrend twee dagen daarna, hieldt hij zich al. Weder, als of hij pijn in zijn lijf hadt. Hoor, L,dewijkl zeide zijn moeder, als ik de waarheid zal zeggen, dan fchijnt er wat bedrog onder te lopen. Zeg mij opregt, of uwe fnoepagtigheid u

nier

Sluiten